dinsdag 2 februari 2016

Bewaringsgrondslag asielzoekende derdelanders in afwachting van een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening.

Het aantal uitzonderingen op de 'regel' dat een beroep tegen een afwijzing van een asielaanvraag schorsende werking is groot [artikel 82 Vreemdelingenwet]. Een asielzoekende derdelander wiens beroep geen schorsende werking zal een verzoek om een voorlopige voorziening moeten indienen om [beëindiging van de voorzieningen en] verwijdering te voorkomen.

Uit artikel 46, achtste lid, van de herziene Procedurerichtlijn volgt in zo'n geval de lidstaten de asielzoekende derdelander toestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van en verzoek om een voorlopige voorziening.
Member States shall allow the applicant to remain in the territory pending the outcome of the procedure to rule whether or not the applicant may remain on the territory, laid down in paragraphs 6 and 7.
Artikel 46, achtste lid, van de herziene Procedurerichtlijn is geïmplementeerd in artikel 7.3 van het Vreemdelingenbesluit.

Artikel 41 van de herziene Procedurerichtlijn  maakt uitzondering mogelijk op de regel dat een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening mag worden afgewacht onder meer in het geval van een eerder als 'kono' afgedane asielaanvraag en in het geval van een opvolgende 'Mehmet Arslan' aanvraag [het gaat dus met name om (eerdere) afdoeningen onder de herziene Procedurerichtlijn].

Artikel 41 van de herziene Procedurerichtlijn is geïmplementeerd in artikel 3, tweede lid, onder a en b, van het Vreemdelingenbesluit.

Uit artikel 3 van de herziene Opvangrichtlijn volgt dat de Opvangrichtlijn van toepassing is indien een asielzoekende derde het recht heeft om in de lidstaat te blijven.
This Directive shall apply to all third-country nationals and stateless persons who make an application for international protection on the territory, including at the border, in the territorial waters or in the transit zones of a Member State, as long as they are allowed to remain on the territory as applicants, as well as to family members, if they are covered by such application for international protection according to national law.
Indien een asielzoekende derdelander derhalve de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten dan valt die asielzoekende derdelander onder de werking van de Opvangrichtlijn. Dat geldt ook voor een asielzoekende derdelander die in bewaring is gesteld.

Wat is de wettelijke grondslag voor de [voortzetting van de] bewaring van een asielzoekende derdelander die na de afwijzing van de asielaanvraag een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend en de uitspraak op dat verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten.

Niet artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet omdat van het verblijf van die asiezoekende derdelander niet kan worden gesteld dat het niet rechtmatig is.

Ook niet artikel 59, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet of artikel 59b van de Vreemdelingenwet omdat een asielzoekende derdelander die een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten geen rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet.

Toch zitten er asielzoekende derdelanders die na de afwijzing van de asielaanvraag een verzoek om een voorlopige voorziening hebben ingediend en die uitspraak op dat verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mogen afwachten in bewaring.





zaterdag 9 januari 2016

Beroep tegen voortduren van de bewaring ogv artikel 59b Vw 2000: eerste beroep of vervolgberoep?

Tot 20 juli 2015 was het zo dat indien een in bewaring gestelde derdelander een asielaanvraag indiende er sprake was van een zogenaamde categoriewijziging [van de a- naar de b-grond van artikel 59, eerste lid van de Vreemdelingenwet] en niet van een nieuwe maatregel waartegen een eerste beroep open stond [ABRS, 23 december 2004, 200409905; ABRS 15 december 2008, 200808254; ABRS, 2 april 2014, 20150658].

Sinds 20 juli 2015 wordt een op artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet gebaseerde bewaring van een derdelander die een asielaanvraag indient opgeheven. De voortduring van de bewaring van die asielzoekende derdelander wordt niet meer gebaseerd op artikel 59, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet maar op artikel 59b van de Vreemdelingenwet.

Staat tegen het voortduren van de bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet een eerste beroep open of moet een daartegen ingesteld beroep worden behandeld als een vervolgberoep?

In rechtspraak en praktijk blijkt daarover onduidelijkheid te bestaan althans bij rechters althans bij sommige rechters. Advocaten en ook procesvertegenwoordigers lijken zich op het standpunt te stellen dat er sprake is van een nieuwe maatregel waartegen een eerste beroep openstaat.

In de bewaringszaak waarover de rechtbank 's-Gravenhage zp Utrecht op 29 december 2015 oordeelde [RTB DH zp UTR, 29 december 2015, AWB 15/19529, ECLI:NL:RBDHA:2015:15483] had de bewindspersoon de rechtbank middels een zogenaamde kennisgeving in kennis gesteld van een op artikel 59b van de Vreemdelingenwet gebaseerde bewaring die was opgelegd na de opheffing van een op artikel 59, eerste lid onder a, van de Vreemdelingenwet gebaseerde bewaring.

Met een verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling Bstuursrechtspraak Raad van State [hierna Afdeling] van 9 maart 2009 [ABRS, 9 maart 2009, 200808202 & 200808554, ECLI:NL:RVS:2009:BH6972] overweegt de rechtbank dat  dat tussen de opgeheven maatregel en de daarop aansluitende nieuwe maatregel een zodanige samenhang bestaat dat de laatstgenoemde maatregel is aan te merken als een nieuwe maatregel die in de plaats treedt van de voorgaande maatregel waartegen geen eerste beroep openstaat.

De rechtbank behandelt het ingestelde beroep als een vervolgberoep en verklaart zich onbevoegd om daarvan kennis te nemen omdat het is ingeleid door een kennisgeving.

In de zaak waarover de Afdeling op 9 maart 2009 oordeelde waren bij de rechtbank twee eerste beroepen aanhangig gemaakt: een eerste beroep tegen het opleggen van de maatregel op grond van artikel 59, tweede lid van de Vreemdelingenwet en een eerste beroep tegen het 'voortduren' van de maatregel op grond van artikel 59, eerste lid onder b van de Vreemdelingenwet.

De door de Afdeling geconstateerde zodanig samenhang tussen de maatregelen leidt er niet toe dat het beroep tegen het 'voortduren' van de maatregel op grond van artikel 59, eerste lid onder b van de Vreemdelingenwet niet wordt behandeld als een eerste beroep maar dat het beroep met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb wordt betrokken bij de beoordeling van het beroep tegen het opleggen van de maatregel op grond van artikel 59, tweede lid van de Vreemdelingenwet. Dat had de rechtbank ten onrechte niet gedaan.

Een om meer dan één reden bevreemdingwekkende uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage zp Utrecht.

Update 11 januari 2016
Op grond van artikel 28, tweede lid, van de Opvangrichtlijn heeft een asielzoekende derdelander die in bewaring is gesteld het recht om te verschijnen voor een rechter om zijn bewaring aan te vechten. En dergelijk recht bstaat niet in het geval van een vervolgberoep.

Afwijking van de afnameplicht in [grens]bewaringszaken

Ingevolge artikel 28, eerste lid, onder d, van de WBTV maakt (onder meer) de politie uitsluitend gebruik van beëdigde tolken of vertalers.

Ingevolge artikel 28, derde lid van de WBVT, voor zover thans van belang, kan in afwijking van afnameplicht gebruik worden gemaakt van een tolk die geen beëdigde tolk is, indien het Register Beëdigde Tolken en Vertalers geen ingeschrevene bevat dan wel indien wegens de vereiste spoed een ingeschrevene in het register niet tijdig beschikbaar is.

Ingevolge artikel 28, vierde lid, van de WBTV, voor zover thans van belang, wordt, indien van het eerste lid wordt afgeweken, dit met redenen omkleed schriftelijk vastgelegd.

Uit rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] volgt dat de met redenen omklede vastlegging van een afwijking van de afnameplicht niet behoeft te worden vastgelegd voorafgaand aan het afwijken van de afnameplicht [ABRS, 25 juli 2012, 201202934], maar wel uiterlijk in het besluit dat op het horen in afwijking van de afnameplicht is gebaseerd [ABRS, 19 februari 2013, 201206667 (asiel) & 201204533 (asiel); ABRS, 27 februari 2013, 201210879 (asiel); ABRS, 17 mei 2013, 201211047 (asiel); zie ook RTB DH zp DB, 11 december 2015, NL15.159 (bewaring, niet gepubliceerd)].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat het aan de bewindspersoon is om na te gaan of de tolk waarvan gebruik is gemaakt al dan niet in het staat ingeschreven in het RBTV [ABRS, 3 juli 2012, 201204997 (in deze zaak was gegriefd over deze vergewisplicht van verweerder niet over schending van artikel 28, vierde lid van de WBTV); ABRS, 24 december 2015, 201508832].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat indien een geregistreerde tolk niet tijdig beschikbaar is het schriftelijk vastleggen van die mededeling onvoldoende is [ABRS, 10 juli 2013, 201300100, ro 4].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat schending van artikel 28, vierde lid, van de WBTV dient te leiden tot gegrond verklaring van het beroep tegen het besluit dat op het horen in afwijking van de afnameplicht is gebaseerd [ABRS, 31 januari 2012, 201111416 (asiel); ABRS, 4 april 2014, 201311567 (asiel)].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat indien een [grens]bewaringsberoep gegrond wordt verklaard de [grens]bewaring moet worden opgeheven en dat niet de maatregel van [grens]bewaring kan worden vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen ervan [ABRS, 4 december 2014, 201409527; ABRS, 20 april 2015, 201502137].

dinsdag 6 oktober 2015

#10tips4tools voor asielrechtadvocaten

De apparatuur waarmee asielrechtadvocaten op de aanmeldcentra moeten werken is niet optimaal [en dan druk ik mij voorzichtig uit]. In de wandelgangen heb ik vernomen dat op niet al te lange termijn er helemaal geen apparatuur meer beschikbaar zal zijn. Daarom #10tips4tools voor asielrechtadvocaten die verder gaan dan het leed dat wordt geleden op de aanmeldcentra.

#1 Gmail.com
Handig indien en voor zover een email adres is vereist voor een app of zo.

Voorts handig vanwege de optie 'alerts' die scholar.google en de 'n(i)ews' google bieden.















#2  Google drive
Handig als opslag voor artikelen, landeninformatie, rechtspraak &zo.

Voorts handig vanwege de optie om documenten te scannen op pdf-formaat [met een smartphone of een tablet, denk aan reisdocumenten, bonnetjes, enzovoort].

#3 Twitter [& tweetdeck.twitter.com]
Er zijn veel advocaten migratierecht die twitteren over hun vak. Niet altijd interessant maar vaak wel. Andere 'social media' vind ik minder interessant vanwege inbreuken op privacy.

#4 Surespot/Wickr 
Veilige methoden om te chatten. Surespot heeft geen optie voor een group-chat, Wickr wel. Nog niet veel ervaring mee opgedaan.

#5 Browsers
Op mijn laptop vind ik Chrome handig omdat je documenten kan printen op pdf-formaat. Firefox is handig vanwege de leesbaarheid van RSS-feeds.

Op mijn [Android] tablet kan ik via Firefox documenten op pdf-formaat downloaden.

#6 Google Cloud Print
Printen vanaf je tablet of smartphone. Wat wil je nog meer. De Raad voor de Rechtsbijstand zal wel printers beschikbaar moeten stellen voor deze optie.

#7 Polaris Office
Eenvoudige tekstverwerker maar volstaat voor AC-taken.

#8 Bluetooth toetsenbord
Voor een paar tientjes heeft u een toetstenbord dat u kan 'pairen' met uw tablet of uw smart phone [Let op de Android versie].

Helaas de beloofde #10tips4tools niet gehaald.



maandag 7 september 2015

Artikel 8 herziene Opvangrichtlijn, lichter middel & grensbewaring

Artikel 8 van de herziene Opvangrichtlijn luidt [voor zover van belang] als volgt:
1. De lidstaten houden een persoon niet in bewaring om de enkele reden dat hij een verzoeker is overeenkomstig Richtlijn 2013/32/EU (...).
2. In de gevallen waarin zulks nodig blijkt en op grond van een individuele beoordeling van elk geval, mogen de lidstaten een verzoeker in bewaring houden wanneer andere, minder dwingende maatregelen niet effectief kunnen worden toegepast.
3. Een verzoeker mag alleen in bewaring worden gehouden:
a) om zijn identiteit of nationaliteit vast te stellen of na te gaan;
b) om de gegevens te verkrijgen die ten grondslag liggen aan het verzoek om internationale bescherming en die niet zouden kunnen worden verkregen als de betrokkene niet in bewaring zou worden gehouden, met name in geval van risico op onderduiken van de verzoeker;
c) om in het kader van een procedure een beslissing te nemen over het recht van de verzoeker om het grondgebied te betreden;
(...)
De redenen voor bewaring worden vastgelegd in het nationale recht.
4. De lidstaten zorgen ervoor dat in het nationale recht regels worden vastgesteld over alternatieven voor bewaring, zoals het zich regelmatig melden bij de overheid, het stellen van een borgsom of een verplichting om op een bepaalde plaats te blijven.
Volgens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie is artikel 8, derde lid onder c geïmplementeerd in artikel 6, derde lid van de Vreemdelingenwet 2000.

Het tweede en het vierde lid van artikel 8 van de Opvangrichtlijn zijn wel geïmplementeerd voor vreemdelingenbewaring. Het vierde lid van artikel 8 van de Opvangrichtlijn niet voor grensbewaring. [34088 nr 3, Memorie van toelichting, 5. Implementatietabellen] 

Dat betekent dat bij het opleggen van grensbewaring een lichter middel niet naar behoren kan worden beoordeeld en ook niet wordt beoordeeld [IMHO].

[Update 5 oktober 2015]

KONO's klinkeren. Kan dat?

Volgens de immigratie en naturalisatiedienst heeft een derdelander wiens asielaanvraag in de grensprocedure niet ontvankelijk is verklaard of als kennelijk ongegrond is afgewezen geen recht op opvang indien zijn grensbewaring wordt opgeheven en hij in afwachting is van een uitspraak op een tijdig ingediend verzoek om een voorlopige voorziening.

Die asielzoekende derdelander heeft geen rechtmatig verblijf en zelfs geen vertrektermijn. Aan de RVA 2005 kan die asielzoekende derdelander geen rechten ontlenen. Aan de herziene Opvangrichtlijn en de Procedurerichtlijn kan die asielzoekende derdelander [IMHO] echter wel een recht op opvang ontlenen.

Artikel 46, achtste lid van de herziene Procedurerichtlijn luidt als volgt:
Member States shall allow the applicant to remain in the territory pending the outcome of the procedure to rule whether or not the applicant may remain on the territory, laid down in paragraphs 6 and 7.
Die bepaling is geïmplementeerd in artikel 7.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000.

Artikel 3 van de herziene Opvangrichtlijn luidt als volgt:
This Directive shall apply to all third-country nationals and stateless persons who make an application for international protection on the territory, including at the border, in the territorial waters or in the transit zones of a Member State, as long as they are allowed to remain on the territory as applicants, as well as to family members, if they are covered by such application for international protection according to national law.
Die bepaling behoeft volgens de wetgever geen implementatie omdat de bepaling de werkingssfeer van de Opvangrichtlijn bepaalt. [34088 nr 3 Memorie van toelichting, 5. Implementatietabellen]

Gelet op de gebruikte [onderstreepte] bewoordingen moet er [alweer IMHO] van worden uitgegaan dat asielzoekende derdelanders die de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening af mogen wachten vallen onder de werking van de Opvangrichtlijn en daarom recht hebben op opvang.

zaterdag 5 september 2015

Grensprocedureperikelen

Historische overzichtje: asielzoekende derdelanders aan de grens

[Geen] rechtmatig verblijf op grond van artikel 8 van de Vreemdelingenwet* 
Volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State volgt uit de systematiek van de Vreemdelingenwet dat een derdelander vóór verlening van de toegang geen rechtmatig verblijf kan hebben.

Die systematiek heeft geleid tot de hierboven genoemde uitspraken van 4 oktober 2011 en 11 juni 2013. Omdat een asielzoekende derdelander het recht heeft om in de lidstaat te verblijven moest hem toegang worden verleend. Vervolgens mocht die derdelander de verdere toegang worden geweigerd op grond van artikel 3 van de Vreemdelingenwet.

Omdat die asielzoekende derdelander de verdere toegang mocht worden geweigerd op grond van artikel 3 van de Vreemdelingenwet kon die asielzoekende derdelander in grensbewaring worden gesteld en gehouden op grond van artikel 6, eerste en tweede lid van de Vreemdelingenwet.

Sinds 20 juli 2015 is niet (meer) duidelijk of een derdelander die aan de grens een asielwensuiting heeft gedaan rechtmatig verblijf heeft.

Indien uit de systematiek van de Vreemdelingenwet nog steeds volgt dat een derdelander vóór verlening van de toegang geen rechtmatig verblijf kan hebben dan heeft een derdelander die aan de grens een asielwensuiting doet geen rechtmatig verblijf, omdat hem de toegang niet is verleend, hetgeen in strijd is met artikel 9 jo artikel 43, tweede lid van de Procedurerichtlijn.

Uitstel of opschorting van een besluit over de toegang op grond van artikel 3 van de Vreemdelingenwet**
Met ‘andere dan in de Schengengrenscode geregeld gevallen’ worden gevallen bedoeld waarin een vreemdeling niet reeds krachtens de Schengengrenscode de toegang tot het Schengengebied moet worden geweigerd [blijkt uit de parlementaire geschiedenis 34088; ABRS, 11 juni 2013, 201302485 & 201301582].

Het gaat om de derdelanders die aan de buitengrens een asielwensuiting doen. Artikel 3 van de Vreemdelingenwet is namelijk alleen van toepassing op derdelanders die aan de grens een asielwensuiting dien en niet op andere vreemdelingen aan wie de toegang niet kan worden geweigerd op grond van de Schengengrenscode. Bepalingen in het Vreemdelingenbesluit op grond waarvan unieburgers de toegang worden geweigerd zijn niet gebaseerd op artikel 3 van de Vreemdelingenwet maar op artikel 112 van de Vreemdelingenwet.

Indien de grensprocedure wordt toegepast dan wordt op grond van artikel 3, vierde lid van de Vreemdelingenwet een besluit over de toegang uitgesteld of opgeschort. De grensprocedure wordt altijd toegepast omdat in de grensprocedure wordt beoordeeld of de grensprocedure moet worden. Een besluit over de toegang wordt derhalve altijd uitgesteld of opgeschort.

Een op artikel 5, vierde lid onder c jo artikel 13, eerste lid van de Schengengrenscode gebaseerde toegangsweigering kan niet worden opgeschort op grond van artikel 3, vierde lid van de Vreemdelingenwet.

Uit artikel 3, vierde lid van de Vreemdelingenwet gelezen in samenhang met artikel 3, zesde lid van de Vreemdelingenwet immers volgt dat het besluit omtrent de weigering van de toegang tot Nederland een besluit betreft tot weigering van de toegang in de zin van artikel 3, eerste lid van de Vreemdelingenwet.

Indien een derdelander direct na aankomst een asielwensuiting doet dan lijkt een op de Schengengrenscode gebaseerd besluit over de toegang te moeten worden uitgesteld. Uit het Model M18A [het op AC Schiphol gebruikte model wijkt af van het in de Vc opgenomen model] echter volgt dat in de praktijk in zo’n geval de toegang wordt geweigerd, naar moet worden aangenomen, gelet op het bepaalde in artikel 3, zesde lid van de Vreemdelingenwet, op grond van artikel 3, eerste lid van de Vreemdelingenwet. De in Model M18A opgenomen mogelijkheid om de toegang te weigeren wordt overigens niet opgeschort maar uitgesteld(?).

#tureluurswordikervan