Het toerekenbaar ontbreken van op de reisroute betrekking hebbende documenten wordt betrokken bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas van een asielzoekende vreemdeling. Het is de vraag of dat in overeenstemming is met bepalingen van het Europees Asielsysteem.
Uit de parlementaire geschiedenis van artikel 31 lid 2f Vw kan worden opgemaakt dat met die bepaling wordt beoogd de vaststelling van de voor een behandeling van de voor een asielverzoek verantwoordelijke lidstaat te dienen [26 088, nr. 3, Memorie van Toelichting, Wijziging van de Vreemdelingenwet (ongedocumenteerden)]. Dat geldt in ieder geval voor wat betreft op de reisroute betrekking hebbende documenten [zie bijvoorbeeld paragraaf C4/3.6.2 Vc 2000].
Artikel 2 aanhef en onder e van de Dublinverordening definieert ‘behandeling van een asielverzoek’ als ‘alle maatregelen in verband met de behandeling van en beslissingen of uitspraken van bevoegde instanties over een asielverzoek overeenkomstig het nationaal recht, met uitzondering van de procedures waarbij wordt bepaald welke lidstaat krachtens de bepalingen van deze verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek’.
Indien op de reisroute betrekking hebbende documenten relevant zijn voor de beoordeling van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dan volgt uit artikel 2 aanhef en onder e van de Dublinverordening dat die op de reisroute betrekking hebbende documenten bij de behandeling van een asielverzoek en derhalve bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas niet behoren te worden betrokken.
Posts tonen met het label Artikel 31 lid 2f Vw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Artikel 31 lid 2f Vw. Alle posts tonen
zondag 4 oktober 2009
zondag 1 juni 2008
ABRS, 25 april 2008, 200707985/1: Afgifte, Verlies of Wegmaken van Reis(route)documenten
Beleidsmatig zijn documenten die de reisroute onderbouwen reisdocumenten waarvan een asielzoekende vreemdeling zich heeft bediend bij grenscontroles tijdens de reis naar Nederland en alle andere documenten en bescheiden op grond waarvan kan worden vastgesteld welke reisroute die asielzoekende vreemdeling heeft gevolgd [C4/3.6.2 Vc].
Wanneer reis(route)documenten ontbreken wordt onderzocht of dat ontbreken toerekenbaar is. Indien verklaringen over het ontbreken niet consistent en geloofwaardig zijn en/of die verklaringen niet overeen komen met hetgeen overigens bekend is dan is het aannemelijk dat het ontbreken van reis(route)documenten aan een asielzoekende vreemdeling is toe te rekenen [C4/3.6.3 Vc].
‘Hetgeen overigens bekend is’ betreft bij het ontbreken van reis(route)documenten alle informatie die betrekking heeft op reizen naar Nederland. Aandachtspunten bij de toetsing van verklaringen aan 'hetgeen overigens bekend is' zijn (1) dat het in beginsel niet geloofwaardig dat een asielzoekende vreemdeling geen enkel (indicatief) bewijs van de reis kan overleggen, (2) dat in het geval van ontbreken van reis(route)documenten consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over het ontbreken van de reis(route)documenten en de reisroute een blijk van wil geeft tot medewerking aan de vaststelling van de reisroute en (3) dat in het geval van het ontbreken van reis(route)documenten en wetenschap over de reisroute consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen alsnog bewijs kan leveren over de reisroute. [C4/3.6.3 Vc]
Verlies en wegmaken van reis(route)documenten na binnenkomt in Nederland wordt in beginsel toegerekend. Datzelfde geldt voor afgifte aan een reisagent tenzij er sprake is van dwang. [C4/3.6.3 Vc]
In een uitspraak van 25 april 2008 op het hoger beroep van een slordig grievende Staatssecretaris van Justitie overwoog de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna Afdeling] dat consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over de reisroute slechts van belang zijn indien eerst is vastgesteld dat sprake is van het toerekenbaar niet overleggen van reis(route)documenten [ABRS, 25 april 2008, 200707985/1, LJN BD1536].
Helaas, was het maar zo. Uit het beleid volgt dat consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over de reisroute aan de beoordeling van de toerekenbaarheid van het ontbreken van reis(route)documenten vooraf gaan en niet achteraf.
In twee uitspraken van 13 mei 2008 heeft de Afdeling de teugels weer aangehaald. Indien een asielzoekende vreemdeling verklaart dat hij zijn reisdocumenten na binnenkomst in Nederland heeft weggemaakt of laten wegmaken is er geen plaats is voor de conclusie dat het volledig ontbreken van documenten hem niet valt tegen te werpen indien hij vervolgens consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen omtrent zijn reisroute aflegt (ABRS, 13 mei 2008, 200801244/1, LJN BD2147; ABRS, 13 mei 2008, 200801329/1).
Wanneer reis(route)documenten ontbreken wordt onderzocht of dat ontbreken toerekenbaar is. Indien verklaringen over het ontbreken niet consistent en geloofwaardig zijn en/of die verklaringen niet overeen komen met hetgeen overigens bekend is dan is het aannemelijk dat het ontbreken van reis(route)documenten aan een asielzoekende vreemdeling is toe te rekenen [C4/3.6.3 Vc].
‘Hetgeen overigens bekend is’ betreft bij het ontbreken van reis(route)documenten alle informatie die betrekking heeft op reizen naar Nederland. Aandachtspunten bij de toetsing van verklaringen aan 'hetgeen overigens bekend is' zijn (1) dat het in beginsel niet geloofwaardig dat een asielzoekende vreemdeling geen enkel (indicatief) bewijs van de reis kan overleggen, (2) dat in het geval van ontbreken van reis(route)documenten consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over het ontbreken van de reis(route)documenten en de reisroute een blijk van wil geeft tot medewerking aan de vaststelling van de reisroute en (3) dat in het geval van het ontbreken van reis(route)documenten en wetenschap over de reisroute consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen alsnog bewijs kan leveren over de reisroute. [C4/3.6.3 Vc]
Verlies en wegmaken van reis(route)documenten na binnenkomt in Nederland wordt in beginsel toegerekend. Datzelfde geldt voor afgifte aan een reisagent tenzij er sprake is van dwang. [C4/3.6.3 Vc]
In een uitspraak van 25 april 2008 op het hoger beroep van een slordig grievende Staatssecretaris van Justitie overwoog de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna Afdeling] dat consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over de reisroute slechts van belang zijn indien eerst is vastgesteld dat sprake is van het toerekenbaar niet overleggen van reis(route)documenten [ABRS, 25 april 2008, 200707985/1, LJN BD1536].
Helaas, was het maar zo. Uit het beleid volgt dat consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen over de reisroute aan de beoordeling van de toerekenbaarheid van het ontbreken van reis(route)documenten vooraf gaan en niet achteraf.
In twee uitspraken van 13 mei 2008 heeft de Afdeling de teugels weer aangehaald. Indien een asielzoekende vreemdeling verklaart dat hij zijn reisdocumenten na binnenkomst in Nederland heeft weggemaakt of laten wegmaken is er geen plaats is voor de conclusie dat het volledig ontbreken van documenten hem niet valt tegen te werpen indien hij vervolgens consistente, gedetailleerde en verifieerbare verklaringen omtrent zijn reisroute aflegt (ABRS, 13 mei 2008, 200801244/1, LJN BD2147; ABRS, 13 mei 2008, 200801329/1).
Abonneren op:
Posts (Atom)