Posts tonen met het label Artikel 64 Vw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Artikel 64 Vw. Alle posts tonen

maandag 4 november 2013

Beoordeel het oordeel van de behandelaar over de noodzaak van een 'veilige behandelomgeving'

De Arts als Engel Hendrick Goltzius 1587 (fragment)

In veel 'medische' zaken wordt het standpunt ingenomen dat in het land van herkomst van een 'veilige behandelomgeving geen sprake is en dat de medische behandeling daarom in Nederland moet worden voortgezet.

In een uitspraak van 20 december 2011  [ABRS, 20 december 2011, 201105916/1/V1] overweegt de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna Afdeling]:
Uit de beslissingen van het CTG (...) vloeit voort dat het BMA bij het uitbrengen van een advies (...) omtrent de medische situatie van een vreemdeling, indien en voor zover de door een behandelaar van de desbetreffende vreemdeling verstrekte informatie daartoe aanleiding geeft, dient te beoordelen of die informatie, mede gezien de hem reeds uit het dossier bekende gegevens over de medische situatie van die vreemdeling, aanleiding geeft tot gerede twijfel over de effectiviteit van de in het algemeen verkrijgbare medische behandeling of de te leveren zorg in het land van herkomst dan wel in het land waarnaar de vreemdeling wordt verwijderd, met name gelet op de aard van het trauma en de omstandigheden waaronder dat is veroorzaakt, althans gelet op die omstandigheden waaromtrent het BMA wel kan worden geacht zich uit te spreken.
In (alle) latere uitspraken waarin de 'veilige behandelomgeving' (min of meer) centraal staat wordt naar voornoemde uitspraak verwezen. Zoeken met het kenmerk van de uitspraak op de website van de Raad van State levert 20 (21-1) treffers op.

De navolgende vragen lijken door een behandelaar te moeten worden beantwoord:

  1. Wat zijn de klachten van de vreemdeling
  2. Door welke met name genoemde (geloofwaardig geachte? [ABRS, 17 april 2012, 201107896/1/V3, 2.3.3; ABRS, 20 juli 2012, 201102375/1/V4, ro 2.2.4]) gebeurtenissen in het land van terugkeer zijn de klachten veroorzaakt
  3. Wat is de diagnose
  4. Is een 'veilige behandelomgeving' noodzakelijk
  5. Waarom staan de klachten veroorzakende gebeurtenissen aan een effectieve behandeling in het (gehele [ABRS, 22 oktober 2013, 201210480/1/V4, ro 2.5]) land van terugkeer in de weg

In een groot aantal van de uitspraken geeft de door de behandelaar van de betrokken vreemdeling verstrekte informatie geen aanleiding tot gerede twijfel over de effectiviteit van de in het algemeen verkrijgbare medische behandeling of de te leveren zorg in het land van herkomst dan wel in het land waarnaar de vreemdeling wordt verwijderd omdat vragen niet worden beantwoord in het bijzonder de onder 2 en 5 genoemde vragen.

In slechts een viertal uitspraken geeft de door de behandelaar van de betrokken vreemdeling verstrekte informatie wel aanleiding tot gerede twijfel  [ABRS, 2 april 2012, 201003761/1/V3; ABRS, 18 april 2012, 201011373/1/V3; ABRS, 20 juli 2012, 201102375/1/V4; ABRS, 19 december 2012, 201106442/1/V1]. 

Een nogal treurig resultaat.

[Update: 5 november 2013]

donderdag 11 november 2010

Implementatie Terugkeerrichtlijn & art 64 Vw jo art 8j Vw

De Terugkeerrichtlijn die op 24 december 2008 in werking is getreden en op 24 december 2010 moet zijn geïmplementeerd is van toepassing op illegaal op het grondgebied van de EU lidstaten verblijvende derdelanders [Ri 2008/115/EG].

Illegaal verblijf is de aanwezigheid op het grondgebied van een lidstaat van een derdelander die niet of niet langer voldoet aan voorwaarden voor toegang tot, verblijf of vestiging in die lidstaat. Een terugkeerbesluit is een beslissing waarin een terugkeerverplichting wordt opgelegd en een vertrektermijn van 0 tot 30 dagen wordt vastgesteld.

Lidstaten moeten een terugkeerbesluit uitvaardigen jegens een illegale derdelander maar kunnen daarvan afzien of het terugkeerbesluit intrekken of schorsen indien de illegale derdelander een vorm van toestemming van verblijf wordt gegeven. Naar moet worden aangenomen is van een vorm van toestemming in ieder geval sprake indient dat voortvloeit uit Unierecht.

Verwijdering van een illegale derdelander jegens wie een terugkeerbesluit is uitgevaardigd moet worden uitgesteld indien verwijdering in strijd is met het refoulementverbod of in het geval van opschorting van het terugkeerbesluit. Verwijdering kan worden uitgesteld op grond van specifieke omstandigheden in een individueel geval.

Een terugkeerbesluit gaat gepaard met een inreisverbod indien de vetrektermijn op nul is gesteld of aan de terugkeerverplichting niet is voldaan. In overige gevallen kan een terugkeerbesluit een inreisverbod omvatten.

Het wetsvoorstel tot implementatie van de Terugkeerrichtlijn is in behandeling bij de Tweede Kamer [32420]. Het is IMHO een nogal rommelig voorstel.

Bij wijze van voorbeeld.

Artikel 64 Vw jo artikel 8j Vw bepaalt dat een vreemdeling die om medische redenen niet in staat is om te reizen rechtmatig verblijf heeft.

In artikel 64 Vw jo artikel 8j Vw wordt geïmplementeerd in de mogelijkheid om van het uitvaardigen van een terugkeerbesluit af te zien indien een vorm van toestemming van verblijf wordt gegeven [artikel 6 lid 4 TRi], in de mogelijkheid om de vertrektermijn te verlengen [artikel 7 lid 2 TRi] en in de mogelijkheid om verwijdering uit te stellen op grond van specifieke omstandigheden in een individueel geval [artikel 9 lid 2a TRi]. Bovendien wordt bepaald dat in het geval artikel 64 Vw jo artikel 8j Vw van toepassing is geen reisverbod wordt uitgevaardigd [artikel 11 lid 3 TRi jo artikel 66a Vw].

Artikel 6 lid 4 van de Terugkeerrichtlijn bepaalt ook dat indien na het opleggen van een terugkeerbesluit een vorm van toestemming van verblijf wordt gegeven het terugkeerbelsuit wordt ingetrokken of opgeschort. Die intrekking/opschorting is IMHO ten onrechte niet geïmplementeerd.

Indien een derdelander na het opleggen van een terugkeerbesluit rectmatig verblijf krijgt op grond van artikel 8j Vw moet het terugkeerbelsuit worden ingetrokken of opgeschort en is vertrek, verwijdering en een verbod op inreis helemaal niet meer aan de orde.

Sinds 1 juli 2010 wordt artikel 64 Vw overigens  in beginsel niet toegepast wanneer een asielzoekende derdelander op grond van de Dublinverordening kan worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in lidstaten vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten [C4/7.2.1.2].

Wordt de derdelander die om medische redenen niet in staat is te reizen de lidstaat die verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van het asielverzoek ingestraald?

[Gewijzigd op 20 november 2010]

zaterdag 12 juli 2008

Artikel 64 Vw 2000

Uitzetting blijft achterwege zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden niet verantwoord is om te reizen.
Artikel 64 Vw 2000

De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] overweegt in steeds scherpere bewoordingen dat een beroep op artikel 64 Vw 2000 [pas] aan de orde is in het geval van een op handen zijnd tijdstip van een daadwerkelijke uitzetting:

  • Voorop dient te worden gesteld dat het enkel beroep van de vreemdeling op artikel 64 van de Vw 2000 niet meebrengt dat hij rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Daarvoor is vereist dat de staatssecretaris de bepaling op de vreemdeling van toepassing acht. In de enkele niet nader toegelichte mededeling dat hij ziek is behoefde de staatssecretaris geen aanleiding te zien om zich ten aanzien van appellant op dat standpunt te stellen of onderzoek naar zijn reisvaardigheid te doen, te minder nu nog geen sprake was van een daadwerkelijke uitzetting. [ABRS, 14 mei 2002, 200201377/1, MigratieWeb ve07000739, ro 2.3]
  • Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (...) brengt het enkele beroep op artikel 8, aanhef en onder j, van de Vw 2000 en daarmee op artikel 64 van die wet, niet mee dat betrokkene rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Daarvoor is vereist dat de minister de bepaling van toepassing acht. (...) De niet met enige medische verklaring onderbouwde mededeling van appellant dat hij medisch ongeschikt is voor een vliegreis (...) hebben de minister kennelijk geen aanleiding gegeven zich op het standpunt te stellen dat artikel 64 van de Vw 2000 op appellant van toepassing is of onderzoek naar zijn reisvaardigheid te doen. De toepasselijkheid van artikel 64 van de Vw 2000 is ook eerst aan de orde, indien daadwerkelijke uitzetting op handen is. [ABRS, 7 april 2003, 200301730/1, MigratieWeb ve07000738, ro 2.2.1 ev]
  • Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (...) brengt het enkele beroep van de vreemdeling op artikel 64 van de Vw 2000 niet mee dat hij rechtmatig verblijf heeft in Nederland. Daarvoor is vereist dat de minister de bepaling op de vreemdeling van toepassing acht. In de enkele niet nader toegelichte mededeling dat hij ziek is, behoefde de minister geen aanleiding te zien om zich ten aanzien van appellant op dat standpunt te stellen of onderzoek naar zijn reisvaardigheid te doen, te minder nu nog geen sprake was van daadwerkelijke uitzetting. [ABRS, 8 mei 2003, 200301576/1, JV 2003/S314, ro 2.5.2]
  • Ingevolge artikel 64 van de Vw 2000 blijft uitzetting achterwege, zolang het, gelet op de gezondheidstoestand van de vreemdeling of die van een van zijn gezinsleden, niet verantwoord is om te reizen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (...) is de toepasselijkheid van dit artikel eerst aan de orde, indien daadwerkelijke uitzetting op handen is. [ABRS, 6 april 2007, 200608225/1, MigratieWeb ve07000724, ro 2.3]
  • (...) Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (...) is de toepasselijkheid van artikel 64 van de Vw 2000, inhoudende dat uitzetting achterwege blijft indien de vreemdeling om gezondheidsredenen niet kan reizen, eerst aan de orde indien het tijdstip van diens daadwerkelijke uitzetting op handen is. (...) [ABRS, 1 juni 2007, 200702994/1, ro 2.2]
  • Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (...) is de toepasselijkheid van artikel 64 van de Vw 2000, inhoudende dat uitzetting achterwege blijft indien de vreemdeling om gezondheidsredenen niet kan reizen, eerst aan de orde indien het tijdstip van diens daadwerkelijke uitzetting op handen is. (...) [ABRS, 26 juni 2008, 200803632/1, ro 2.4.1]
Uit het beleid van de Staatssecretaris van Justitie volgt dat een beroep op artikel 64 Vw 2000 mogelijk is indien een vreemdeling geen rechtmatig verblijf [meer] heeft waarbij niet van belang is of de uitzetting op korte termijn is gepland [paragraaf A4/7.1 Vc 2000]. Een vreemdeling die zich eerst op het moment dat de daadwerkelijke uitzetting dreigt beroept op een bij hem lang bestaand medisch feit waarvan niet is vastgesteld dat het een beletsel is voor de uitzetting frustreert in de ogen van de Staatssecretaris van Justitie zijn uitzetting en mag een verzoek om een voorlopige voorziening gekoppeld aan een bezwaarschrift naar aanleiding van de afwijzing van de aanvraag om artikel 64 Vw 2000 toe te passen [?] niet af wachten [paragraaf A4/7.5 Vc 2000].

Zo vindt een vreemdeling die 'te vroeg' een beroep doet op artikel 64 Vw 2000 de Afdeling op zijn weg en de vreemdeling die 'te laat' een [betwist] beroep doet op artikel 64 Vw 2000 de Staatssecetaris van Justitie.

Sneu!

zaterdag 16 februari 2008

ABRS 23 januari 2008 [200708271/1] Vreemdelingenbewaring & (Acute) Ziekenhuisopname

X is nog niet in vreemdelingenbewaring gesteld of hij wordt opgenomen in een FOBA waar aan hem een zodanig medicatie wordt verstrekt dat de verwachting is dat hij pas na 3 weken weer aanspreekbaar zal zijn. De rechtbank 's-Gravenhage zp 's-Hertogenbosch [Awb 07/42346] verklaart het beroep gegrond op op 20 november 2007 vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting van meet af aan.

De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State verklaart op 23 januari 2008 het door de Staatsecretaris van Justitie ingestelde hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond omdat X na 3 weken nog steeds niet aanspreekbaar bleek te zijn en er geen sprake was van concrete aanwijzingen dat daarin binnen afzienbare tijd alsnog verandering zou komen. Onder die omstandigheden kon - mede gelet op de wetenschap van de al jarenlange psychische [?] klachten van X - zicht op uitzetting niet meer worden aangenomen.

Namens de vreemdeling was ter zitting een wat ongelukkig geformuleerd beroep gedaan op paragraaf A4/7.3 Vc dat door de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State samengevat wordt 'hertaald' [om met mr TS te spreken] als een beroep op het ontbreken van zich op uitzetting van meet af aan. Over paragraaf A4/7.3 Vc geen woord.

In paragraaf A4/7.3 Vc staat onder meer:
In het geval dat onomstotelijk vaststaat dat de vreemdeling om medische redenen niet in staat is om te reizen, bijvoorbeeld bij een acute opname in een ziekenhuis, kan het achterwege laten van de uitzetting ingevolge artikel 64 Vw door de IND, op advies van de DT&V, zonder onderliggende aanvraag worden vastgesteld en verleend. In dat geval kan ook het beroep van de vreemdeling op artikel 64 Vw ingewilligd worden zonder dat daarvoor eerst een advies wordt ingewonnen van het BMA. In een dergelijk geval volstaat een bewijs van ziekenhuisopname of een ander medisch bewijs, of een advies van de DT&V waaraan een dergelijk bewijs ten grondslag heeft gelegen.

Indien in het geval van een acute ziekenhuisopname onomstotelijk vast staat dat een vreemdeling om medische redenen niet in staat is te reizen en een artikel 64 Vw situatie wordt vastgesteld dan vervalt gelet op het bepaalde artikel 64 Vw jo artikel 8j Vw jo artikel 59 lid 1b Vw de grondslag van de vreemdelingenbewaring en is zicht op uitzetting helemaal niet meer relevant.

Uit [oudere] rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [ABRS, 14 mei 2002, 200201377/1; ABRS, 7 april 2003, 200301730/1; ABRS, 8 mei 2003, 200301576/1, JV 2003/S314] kan worden opgemaakt dat de vaststelling dat er van een artikel 64 Vw sprake is voorwaarde is om er een beroep op te kunnen doen. Wat valt er echter nog vast te stellen indien onomstotelijk vast staat dat een vreemdeling om medische redenen niet in staat is te reizen.

De Staatssecretaris van Justitie schijnt in rechte het standpunt in te nemen dat een in vreemdelingenbewaring gestelde vreemdeling pas op of omstreeks het moment dat hij de vliegtuigtrap wordt opgedragen een beroep kan doen op artikel 64 Vw Dat is in strijd met het eigen beleid van de Staatssecretaris van Justitie waarin staat dat de uitzettingsbelemmering van artikel 64 Vw kan worden ingeroepen wanneer een vreemdeling zich bevindt in de situatie waarin de werking van een besluit tot afwijzing van de aanvraag of de intrekking van de verblijfsvergunning niet (langer) is opgeschort [B 8/10 Vc & A4/7.1 Vc]. De vraag of op grond van artikel 64 Vw uitzetting achterwege moet blijven kan zich volgens datzelfde beleid niet eerder voordoen dan vanaf het moment waarop de rechtsplicht ontstaat Nederland te verlaten [A4/7.1 Vc 2000]. Niet pas op de vliegtuigtrap. Zie ook ABRS, 6 april 2007, 200608225/1.