Posts tonen met het label Herhaalde aanvraag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herhaalde aanvraag. Alle posts tonen

dinsdag 7 september 2021

Conclusie AG Saugmandsgaard Øe XY t Oostenrijk 15-04-2021 ECLI:EU:C:2021:302 C‑18/20

 Waar gaat het over

Het gaat om een volgend verzoek van een derdelander die tijdens dat eerdere verzoek om internationale bescherming niet heeft verklaard over zijn toen al bestaande homoseksuele oriëntatie. 

De verwijzende rechter wil van alles en nog wat weten maar hier en nu gaat het vooral om de vraag over de uitlegging van artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn.  Artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn luidt als volgt:
De lidstaten kunnen bepalen dat het verzoek enkel verder wordt behandeld indien de betrokken verzoeker buiten zijn toedoen de in de leden 2 en 3 van dit artikel beschreven situaties in het kader van de vorige procedure niet kon doen gelden, in het bijzonder door zijn recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel krachtens artikel 46 uit te oefenen.
Artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn is niet geïmplementeerd. Dat was volgens de wetgever niet nodig.

De Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna Afdeling] heeft artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn in een uitspraak van 6 oktober 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2718, 201604251/1/V2) artikel 40, vierde lid, van de Procedure uitgelegd. Ook volgens de Afdeling was inplementatie van artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn niet nodig.

Aan het einde van deze week weten we of implementatie alsnog nodig is.

De voor 'ons' relevante prejudiciële vraag

De verwijzende rechter wil weten  hoe artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn moet worden uitgelegd.
Mag de autoriteit in het geval dat de asielzoeker heeft verzuimd om de aangevoerde nieuwe elementen reeds in de vorige asielprocedure te doen gelden, de inhoudelijke toetsing van een volgend verzoek afwijzen op grond van een nationale regel die een algemeen geldend beginsel van bestuursprocesrecht vastlegt, ook al heeft de lidstaat nagelaten om bijzondere nationale regels vast te stellen ter juiste uitvoering van de bepalingen van artikel 40, leden 2 en 3, van de procedurerichtlijn en heeft hij bijgevolg ook geen uitdrukkelijk gebruik gemaakt van de in artikel 40, lid 4, van de procedurerichtlijn geboden mogelijkheid om te voorzien in een uitzondering op de inhoudelijke toetsing van het volgende verzoek?

Duiken in de europarlementaire geschiedenis van artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn

Bij de beantwoording van de door de verwijzende rechter gestelde prejudiciële vragen duikt AG Saugmandsgaard Øe  tot twee keer toe in de parlementaire geschiedenis van de Procedurerichtlijn. 

Omdat de europarlementaire geschiedenis van wat dan ook niet heel erg toegankelijk is volgt hier informatie om de toegang tot die parlementaire geschiedenis - in dit geval de europarlementaire geschiedenis van de Procedurerichtlijn  - te vergemakkelijken. 

Startpunt is een van de vele EURLEX 'adressen' van de Procedurerichtlijn [2013/32/EU]:
https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/ALL/?uri=celex:32013L0032
Onder het kopje 'Procedure' staat
Via de eerste link komt u terecht bij de door de Commissie vastgelegde geschiedenis van de Procedurerichtlijn. Documenten die beginnen met 'COM' en eindigen met 'FINAL' zijn voorstellen van de Commissie.

Via de tweede link komt u terecht bij de door het Europees Parlement vastgelegde geschiedenis van de Procedurerichtlijn.

De geschiedenis van de Procedurerichtlijn is ook toegankelijk via 'Search in the register' op de website van de Raad. Zoek naar het bovenstaande procedurenummer [2009/0165/COD] in het veld 'Interinstitutional file' en klik op 'Search'. U krijgt dan alle stukken die betrekking hebben op de totstandkoming van de Procedurerichtlijn en ziet door de bomen het bos niet meer.

Indien u zoeken naar het procedurenummer in het veld 'Interinstitutional file' combineert met een voorstel van de Commissie [COM(...)FINAL] in het veld 'Words in text' levert dat interessante resulaten op. Zie bijvoorbeeld hier.

U kunt zoeken naar het procedurenummer in het veld 'Interinstitutional file' ook combineren met tekst uit een bepaling uit een van de voorstellen van de Commissie [tussen aanhalingstekens] in het veld 'Words in text'. U kunt dan nagaan of en zo ja wanneer de tekst van een bepaling is gewijzigd. Zie bijvoorbeeld hier. De door de Commissie voorgestelde tekst voor wat nu is het vierde lid van artikel 40 van de Procedurerichtlijn [Member States may decide to further examine the application only if (...)] is voor het laatst gebruikt in een document van 25 april 2013.

AG Saugmandsgaard Øe verwijst in zijn conclusie [zie noot 28] naar de navolgende stukken uit de europarlementaire geschiedenis van artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn:
  • Proposal for a Directive of the European Parliament and of the Council on minimum standards on procedures in Member States for granting and withdrawing international protection (Recast) {SEC(2009) 1376} {SEC(2009) 1377} /* COM/2009/0554 final - COD 2009/0165 */  21-10-2009
  • Report on the proposal for a directive of the European Parliament and of the Council on minimum standards on procedures in Member States for granting and withdrawing international protection (recast) (COM(2009)0554 – C7‑0248/2009 – 2009/0165(COD)) 24-03-2011 A7-0085/2011 
  • Position (EU) No 7/2013 of the Council at first reading with a view to the adoption of a Directive of the European Parliament and of the Council on common procedures for granting and withdrawing international protection (recast) Adopted by the Council on 6 June 2013 
Later daarover meer.

Conclusie AG Saugmandsgaard Øe

In de allereerste plaats is volgens AG Saugmandsgaard Øe  artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn een facultatieve bepaling. 

De argumenten van de Nederlandse regering ter onderbouwing van een andersluidend standpunt snijden volgens AG Saugmandsgaard Øe geen hout [punt 95].  

Dat is klare taal.

AG Saugmandsgaard Øe verwijst naar de 23 taalversies van de Procedurerichtlijn waarvan er maar liefst 20 artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn ondubbelzinning beschouwen als een facultatieve bepaling.

Volgens AG Saugmandsgaard Øe lijkt ook de europarlementaire geschiedenis van artikel 40, vierde lid, van van de Procedurerichtlijn erop te wijzen dat het de bedoeling was van de uniewetgever om van die bepaling een facultatieve bepaling te maken.

De in het oorspronkelijke voorstel opgenomen bewoordingen van artikel 40, vierde lid van de Procedurerichtlijn bieden volgens AG Saugmandsgaard Øe nog wel enige steun voor de uitleg van de Nederlandse regering van die bepaling. 
Member States may decide to further examine the application only if the applicant concerned was, (...) 

AG Saugmandsgaard Øe wijst er echter op dat tijdens de totstandkomingsgeschiedenis van de Procedurerichtlijn  het Parlement  een voorstel deed om artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn volledig te schrappen vanwege het risico van verboden refoulement. 

Dat voorstel heeft het niet gehaald maar de bewoordingen van artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn zijn wel gewijzigd op initiatief van de Raad
Member States may provide that the application will only be further examined if the applicant concerned was, (...)

In de tweede plaats is volgens AG Saugmandsgaard Øe artikel 40, vierde lid, van de Procedurerichtlijn in Oostenrijk [net als in Nederland, mr T] niet naar behoren geïmplementeerd.

In de derde plaats kan volgens AG Saugmandsgaard Øe een bepaling die niet naar behoren is geïmplementeerd niet ten nadele van een particulier worden toegepast.

Wat als

Indien het EU Hof van Justitie de conclusie van AG Saugmandsgaard Øe volgt dan heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid mevrouw Knol (wederom) een probleem.

Wie is AG Saugmandsgaard Øe

Henrik Saugmandsgaard Øe is sinds 7 oktober 2015 AG bij het EU Hof van Justitie.

AG Saugmandsgaard Øe schreef sinds zijn benoeming maar liefst  116 conclusies.

Digitale Luxemburgse Lunch 10 september 2021

Het EU Hof van Justitie wijst op 9 september 2021 arrest in de zaak XY t Oostenrijk. Onder meer dat arrest staat op het menu van een digitale Luxemburgse Lunch op 10 september 2021 van 12:15 uur tot 13:15 uur. Belangstellenden kunnen zich via dit formulier opgeven voor deelname aan de digitale Luxemburgse Lunch. 

zaterdag 7 december 2013

Herhaalde aanvraag: op voorhand uitgesloten dat (...)

Onder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die aan een opvolgende asielaanvraag ten grondslag moeten worden gelegd moeten volgens de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] worden begrepen feiten of omstandigheden die

  • na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet vóór dat besluit konden en derhalve behoorden te worden aangevoerd, alsmede 
  • bewijsstukken van reeds eerder gestelde feiten of omstandigheden, die niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden en derhalve behoorden te worden overgelegd 
tenzij op voorhand is uitgesloten dat hetgeen alsnog is aangevoerd of overgelegd aan het eerdere besluit kan afdoen [zie bijvoorbeeld ABRS, 3 december 2013, 201209867/1/V2].

Soms laat de Afdeling de vraag of hetgeen is aangevoerd of overgelegd eerder kunnen en derhalve behoren te worden aangevoerd of overgelegd 'daar' en beoordeelt de Afdeling of op voorhand is uitgesloten dat hetgeen is aangevoerd of overgelegd  kan afdoen aan het eerdere besluit [ABRS, 3 december 2013, 201209867/1/V2 (met overgelegde identiteitskaart van moeder komt ongeloofwaardig geachte identiteit en nationaliteit niet vast te staan); ABRS, 27 maart 2013 201203172/1/V4 (hetgeen is overgelegd heeft geen betrekking op vervalst bevonden documenten die de kern van het asielrelaas raken); ABRS, 24 augustus 2012, 201109048/1/V2 (verklaring van bekendheid waarin niet inzichtelijk wordt gemaakt hoe betrokkenen de derdelander kennen en waar zij hun conclusie op baseren dat hij uit X afkomstig is)].

Soms laat de Afdeling de vraag of hetgeen is aangevoerd of overgelegd eerder kunnen en derhalve behoren te worden aangevoerd of overgelegd niet 'daar', is de Afdeling van oordeel dat hetgeen is aangevoerd of overgelegd eerder had kunnen en derhalve behoren te worden aangevoerd of overgelegd maar beoordeelt de Afdeling toch een soort van ten overvloede of op voorhand is uitgesloten dat hetgeen is aangevoerd of overgelegd  kan afdoen aan het eerdere besluit [ABRS, 5 december 2013, 201303209/1/V4 (verklaring van bekendheid waarin niet inzichtelijk wordt gemaakt op welke gronden tot de conclusie wordt gekomen dat de derdelander behoort tot de X bevolkingsgroep)].

De rechtspraak maakt duidelijk aan welke eisen hetgeen bij een herhaalde asielaanvraag wordt aangevoerd of overgelegd moet voldoen.

donderdag 6 september 2012

EU HvJ, Y & Z t Duitsland, 5 september 2012, C-71/11 & C-99/11

Op 5 september 2012 heeft het EU Hof van Justitie een belangwekkend arrest gewezen in de gevoegde zaken Y & Z t Duitsland [EU HvJ, Y & Z t Duitsland, 5 september 2012, C-71/11 & C-99/11].

In het arrest overweegt het EU Hof van Justitie dat niet elke aantasting van het recht op godsdienstvrijheid een daad van vervolging is en dat bij de beoordeling van de vraag of een aantasting van het recht op godsdienstvrijheid een daad van vervolging is zal moeten worden onderzocht of - gelet op de persoonlijke situatie van de betrokken asielzoekende derdelander - die asielzoekende derdelander om redenen van de uitoefening van die vrijheid in zijn land van herkomst een werkelijk gevaar loopt om met name te worden vervolgd of te worden onderworpen aan onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen.

Het EU Hof van Justitie overweegt voorts dat de vrees voor vervolging van een asielzoekende derdelander gegrond is zodra in redelijkheid kan worden aangenomen dat hij bij terugkeer in zijn land van herkomst godsdienstige handelingen zal verrichten die hem blootstellen aan een werkelijk gevaar van vervolging en dat van de asielzoekende derdelander redelijkerwijs niet mag worden verwacht dat hij van deze godsdienstige handelingen afziet.

Dat van een asielzoekende derdelander redelijkerwijs niet mag worden verwacht dat hij van het verrichten van godsdienstige handelingen afziet is in het bijzonder van belang gelet op de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] in zaken van bekeerlingen waaruit volgt dat van bekeerlingen wel mag worden verwacht dat zij zich terughoudend opstellen wat betreft het verrichten van bekeringsactiviteiten teneinde de problemen die zij als gevolg daarvan mogelijk zullen ondervinden te vermijden [ABRS, 4 oktober 2010, 200902318/1/V2 & 200910124/1/V2; ABRS, 28 oktober 2010, 200902943/1/V3; ABRS, 25 november 2010, 200904196/1/V3; ABRS, 8 december 2012, 201005450/1/V1; ABRS, 24 december 2010, 200908196/1/V3].

Het arrest is mogelijk ook van belang voor asielzoekende derdelanders van wie om andere redenen dan godsdienst wordt verwacht dat zij zich terughoudend opstellen [ABRS, 11 januari 2011, 201003751/1/V1 (Afghanistan, verwesterde levensstijl); ABRS, 11 mei 2011, 201011782/1/V1 (homo); ABRS, 23 december 2011, 201104188/1/V1 (Afghanistan, verwesterde levensstijl); ABRS, 16 april 2012, 201102056/1/V4 (Afghanistan, verwesterde levensstijl); ABRS, 18 april 2012, 2011099281/t1/v2 & 201012342/t1/v2 & 2011066151/t1/v2 (homo's, prejudiciele vragen gesteld)].

Uit arresten van het EU Hof van Justitie van 13 januari 2004 en 12 februari 2008 in de zaken Kühne & Heitz t Nederland en Willy Kempter KG t Duitsland volgt dat het feit dat een bestuursbesluit definitief is geworden  bijdraagt tot rechtszekerheid zodat het gemeenschap[thans unie]recht niet vereist dat een bestuursorgaan in beginsel moet terugkomen op een dergelijk definitief bestuursbesluit maar dat een nationaal bestuursorgaan in bijzondere omstandigheden op grond van het samenwerkingsbeginsel gehouden kan zijn een definitief geworden bestuursbesluit opnieuw te onderzoeken teneinde rekening te houden met de uitlegging die het Hof  van Justitie nadien aan een relevante bepaling van gemeenschapsrecht heeft gegeven [EG HvJ, Kühne & Heitz t Nederland, 13 januari 2004, C-453/00; EG HvJ,  Willy Kempter KG t Duitsland, 12 februari 2008, C-2/06].

Op naar Ter Apel.

vrijdag 18 juni 2010

Eindelijk is het kwartje gevallen

Het duurt soms even voordat het kwartje valt.

Pas nu dringt het tot mij door waarom aan documenten die aan een herhaalde asielaanvraag ten grondslag worden gelegd hogere eisen worden gesteld dan aan documenten die aan een eerste asielaanvraag ten grondslag worden gelegd [Zie bijvoorbeeld ABRS, 31 oktober 2002, 200204726/1, JV 2003/3, Noot T. Spijkerboer; ABRS 6 juni 2003, 200302837/1, JV 2003/331; ABRS, 25 september 2003,  200304202/1, JV 2003/504; ABRS, 30 december 2004, 200409221/1, ve05000679; ABRS, 19 december 2005, 200508937/1, ve06000030; ABRS,23 oktober 2006, 200605486/1, JV 2006/447; ABRS, 13 september 2007, 200705743/1, LJN: BB4431; ABRS, 8 oktober 2007,  200704465/1, JV 2007/529, LJN: BB5763; ABRS, 16 oktober 2007, 200703499/1, JV 2007/534, LJN:BA8676; ABRS, 25 augustus 2008, 200806016/1, JV 2008/373, LJN: BE9429; ABRS, 15 januari 2010, 200906215/1/V2, JV 2010/99, LJN: BL0273; ABRS, 7 april 2010, 200902935/1/V3, JV 2010/201, LJN: BM0709].

Het gaat om de vraag of er toegang is tot de rechter [ABRS, 4 april 2003, 200206882/1, LJN AF7223],  het is de rechter die documenten die bepalend zijn voor de vraag of er toegang is tot de rechter moet beoordelen en de rechter is anders dan de bewindspersoon daartoe niet goed in staat [vergelijk ABRS, 27 januari 2003, 200206297/1, JV 2003/103 nt B.K. Olivier].