Artikel 37 aanhef en onder a Vw 2000 bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld omtrent de wijze van indiening en behandeling van een aanvraag.
Artikel 3.108 Vb 2000 bepaalt dat een asielaanvraag in persoon wordt ingediend op een bij ministeriele regeling bepaalde plaats en dat in afwijking daarvan de asielaanvraag van een in bewaring gestelde vreemdeling wordt ingediend op de plaats waar devreemdelingenbewaring ten uitvoer wordt gelegd.
Artikel 5.4 Vb 2000 bepaalt voorzover van belang dat vreemdelingenbewaring ten uitvoer kan worden gelegd in een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6 lid 2 Vw 2000.
Uit artikel 6 lid 3 Vw jo artikel 1 van het Reglement Regime Grenslogies volgt dat een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 6 lid 2 Vw 2000 als zodanig dient te zijn aangewezen [vergelijk Rtb DH zp A'dam, 19 oktober 1995, Awb 95/5259, LJN ZA6084].
Voorzover ik na kan gaan is AC Schiphol niet als zodanig aangewezen als ruimte of plaats in de zin van artikel 6 lid 2 Vw 2000 zodat in AC Schiphol vreemelingenbewaring niet ten uitvoer kan worden gelegd.
In artikel 3.116 Vb 2000 zoals dat luidde vóór 1 juli 2010 was de voornemensprocedure neergelegd voor de in bewaring gestelde vreemdeling in het geval de bewindspersoon niet voornemens was de aanvraag af te wijzen binnen 48 procesuren.
Paragraaf C11/2.1 Vc 2000 zoals dat luidde vóór 1 juli 2010 bepaalde dat door de immigratie- en naturalisatiedienst kon worden besloten om een van zijn vrijheid ontnomen asielzoekende vreemdeling voor de indiening van de aanvraag over te plaatsen naar het AC Schiphol.
Kon worden besloten? Op grond van welk wettelijk voorschrift?
Het inzicht komt wat laat maar komt nog wel van pas.
Het nieuwe artikel 3.117 Vb bepaalt dat de AAP-termijnen niet van toepassing zijn op de aanvrag van een in bewaring gestelde vreemdeling tenzij de asielaanvraag wordt ingediend in een aanmeldcentrum. Een asielaanvraag kan alleen maar worden ingediend indien dat aanmeldcentrum is aangwezen als grenslogies. Er van uitgaande dat de aanmeldcentra als zodanig niet zijn aangwezen als grenslogies kunnen asielaanvragen van in bewaring gestele vreemdelingen niet worden behandeld in een aanmeldcentrum.
Posts tonen met het label AC-procedure. Alle posts tonen
Posts tonen met het label AC-procedure. Alle posts tonen
zaterdag 3 juli 2010
zaterdag 10 januari 2009
GOC a/d grens & artikel 35 PRi
Artikel 35 lid 1 van de Procedurerichtlijn [hierna: PRi] bepaalt dat procedures kunnen worden ingevoerd om aan de grens of in transitzones een beslissing te nemen over aldaar ingediende asielverzoeken. Artikel 35 lid 2 PRi bepaalt dat bij het ontbreken van dergelijke grensprocedures specifieke grensprocedures zoals die golden op 1 december 2005 kunnen worden gehandhaafd. Artikel 35 lid 4 PRi bepaalt dat een asielzoekende vreemdeling toegang moet worden verleend wanneer in [ook niet] specifieke [update 090727] grensprocedures niet binnen 4 weken een beslissing genomen is.
Artikel 35 lid 1 PRi is geïmplementeerd in bepalingen die ten grondslag liggen aan de AC-procedure [artikel 69 Vw & artikel 82 Vw]. Dat is raar omdat de AC-procedure aan de grens al bestond op 1 december 2005 en niet na die datum is ingevoerd. De overige leden van artikel 35 PRi zijn niet [kenbaar] geïmplementeerd.
Hier te lande aan de grens of in de transitruimte ingediende asielverzoeken worden aan de grens echter niet alleen AC afgedaan maar ook GOC [paragraaf C12/2.2.1 Vc]. Gelet op de omstandigheid dat er gedurende de GOC-procedure sprake is van toegangsweigering en grensdetentie moet er van worden uitgegaan dat die GOC-procedure kan worden gekwalificeerd als grensprocedure. Artikel 35 PRi is echter niet kenbaar geïmplementeerd in bepalingen die aan de GOC-procedure ten grondslag liggen.
Nu de GOC-procedure niet is ingevoerd na 1 december 2005 maar op die datum al bestond zou de GOC-procedure kunnen worden aangemerkt als een gebrekkig geïmplementeerde specifieke grensprocedure in de zin van artikel 35 lid 2 PRi. De implementatie is gebrekkig omdat die niet kenbaar is, deels heeft plaatsgevonden in beleidsregels [paragraaf C12/2.2.1 Vc] en niet in algemeen verbindende voorschriften en onvolledig omdat toegangsverlening bij het uitblijven van een beslissing binnen vier weken niet is geregeld [artikjel 35 lid 4 PRi].
Werk aan de winkel.
Met dank aan mr Z. overigens.
Artikel 35 lid 1 PRi is geïmplementeerd in bepalingen die ten grondslag liggen aan de AC-procedure [artikel 69 Vw & artikel 82 Vw]. Dat is raar omdat de AC-procedure aan de grens al bestond op 1 december 2005 en niet na die datum is ingevoerd. De overige leden van artikel 35 PRi zijn niet [kenbaar] geïmplementeerd.
Hier te lande aan de grens of in de transitruimte ingediende asielverzoeken worden aan de grens echter niet alleen AC afgedaan maar ook GOC [paragraaf C12/2.2.1 Vc]. Gelet op de omstandigheid dat er gedurende de GOC-procedure sprake is van toegangsweigering en grensdetentie moet er van worden uitgegaan dat die GOC-procedure kan worden gekwalificeerd als grensprocedure. Artikel 35 PRi is echter niet kenbaar geïmplementeerd in bepalingen die aan de GOC-procedure ten grondslag liggen.
Nu de GOC-procedure niet is ingevoerd na 1 december 2005 maar op die datum al bestond zou de GOC-procedure kunnen worden aangemerkt als een gebrekkig geïmplementeerde specifieke grensprocedure in de zin van artikel 35 lid 2 PRi. De implementatie is gebrekkig omdat die niet kenbaar is, deels heeft plaatsgevonden in beleidsregels [paragraaf C12/2.2.1 Vc] en niet in algemeen verbindende voorschriften en onvolledig omdat toegangsverlening bij het uitblijven van een beslissing binnen vier weken niet is geregeld [artikjel 35 lid 4 PRi].
Werk aan de winkel.
Met dank aan mr Z. overigens.
zondag 21 december 2008
Beroep op internationale bescherming & aanvang 48-uurstermijn
Indien een vormloos beroep op internationale bescherming geen [ingediend] asielverzoek is in de zin van artikel 2b PRi [Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005] dan lijkt er wel sprake te zijn van een onvolledig ingediende asielaanvraag.
Artikel 1:3 lid 3 Awb bepaalt dat een aanvraag een verzoek is om een besluit te nemen. Hoewel artikel 2b PRi niet geïmplementeerd is in artikel 1:3 lid 3 Awb moet er vooralsnog van worden uitgegaan dat een beroep op internationale bescherming in de zin van artikel 2b PRi een aanvraag is in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb.
Uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] van 19 november 2008 volgt dat de omstandigheid dat een asielaanvraag niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend, niet met zich mee brengt dat van een aanvraag in de zin van artikel 1.3 lid 3 Awb geen sprake is [ABRS, 19 november 2008, 200708517/1].
Uit een uitspraak van de Afdeling van 19 mei 2006 [ABRS, 19 mei 2006, 200601178/1, NAV 2006/26] volgt dat de vereiste dat de aanvraag in persoon wordt ingediend moet worden begrepen als vereiste dat ziet op de wijze van indiening een asielaanvraag. Uit de omstandigheid dat de grondslag voor artikel 3.108 Vb te vinden is in artikel 37a Vw volgt dat de voorschriften van artikel 3.108 Vb en de op artikel 3.108 Vb gebaseerde bepalingen eveneens zien op de wijze van indiening van een asielaanvraag.
Een onvolledig ingediende asielaanvraag kan voor de Staatssecretaris van Justitie aanleiding kunnen zijn om toepassing te geven aan artikel 4:15 Awb. Indien van die mogelijkheid niet gebruik wordt gemaakt wordt een beslissing op de asielaanvraag veelal niet binnen de 48-uurstermijn genomen.
Artikel 1:3 lid 3 Awb bepaalt dat een aanvraag een verzoek is om een besluit te nemen. Hoewel artikel 2b PRi niet geïmplementeerd is in artikel 1:3 lid 3 Awb moet er vooralsnog van worden uitgegaan dat een beroep op internationale bescherming in de zin van artikel 2b PRi een aanvraag is in de zin van artikel 1:3 lid 3 Awb.
Uit een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] van 19 november 2008 volgt dat de omstandigheid dat een asielaanvraag niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend, niet met zich mee brengt dat van een aanvraag in de zin van artikel 1.3 lid 3 Awb geen sprake is [ABRS, 19 november 2008, 200708517/1].
Uit een uitspraak van de Afdeling van 19 mei 2006 [ABRS, 19 mei 2006, 200601178/1, NAV 2006/26] volgt dat de vereiste dat de aanvraag in persoon wordt ingediend moet worden begrepen als vereiste dat ziet op de wijze van indiening een asielaanvraag. Uit de omstandigheid dat de grondslag voor artikel 3.108 Vb te vinden is in artikel 37a Vw volgt dat de voorschriften van artikel 3.108 Vb en de op artikel 3.108 Vb gebaseerde bepalingen eveneens zien op de wijze van indiening van een asielaanvraag.
Een onvolledig ingediende asielaanvraag kan voor de Staatssecretaris van Justitie aanleiding kunnen zijn om toepassing te geven aan artikel 4:15 Awb. Indien van die mogelijkheid niet gebruik wordt gemaakt wordt een beslissing op de asielaanvraag veelal niet binnen de 48-uurstermijn genomen.
zondag 7 december 2008
Procedurerichtlijn & AC-criterium
Uit artikel 23 van de Procedurerichtlijn lijkt te kunnen worden opgemaakt dat voor de toepassing van de AC procedure een inhoudelijk criterium dient te worden gehanteerd. Verwezen wordt naar de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 23 PRi.
Het vierde lid van artikel 23 van het voorstel voor de Procedurerichtlijn, dat inhoudelijk criteria bevat voor de toepassing van een versnelde asielprocedure, is toegevoegd op 11 september 2003 [& correctie], op de eerst volgende gelegenheid na invoering van het derde lid van artikel 23 van het voorstel voor de Procedurerichtlijn op 31 juli 2003 en een week na een Iers voorstel daartoe.
In hun voorstel verwijzen de Ieren naar een ‘London Resolution’ van EU lidstaten van 30 november 1992 over kennelijk ongegronde asielaanvragen. De Ieren benadrukken bovendien in hun voorstel het belang van heldere toepassingscriteria.
Gelet op de geschiedenis van de totstandkoming lijkt artikel 23 lid 4 PRi betekenis te hebben naast artikel 23 lid 3 PRi.
Het vierde lid van artikel 23 van het voorstel voor de Procedurerichtlijn, dat inhoudelijk criteria bevat voor de toepassing van een versnelde asielprocedure, is toegevoegd op 11 september 2003 [& correctie], op de eerst volgende gelegenheid na invoering van het derde lid van artikel 23 van het voorstel voor de Procedurerichtlijn op 31 juli 2003 en een week na een Iers voorstel daartoe.
In hun voorstel verwijzen de Ieren naar een ‘London Resolution’ van EU lidstaten van 30 november 1992 over kennelijk ongegronde asielaanvragen. De Ieren benadrukken bovendien in hun voorstel het belang van heldere toepassingscriteria.
Gelet op de geschiedenis van de totstandkoming lijkt artikel 23 lid 4 PRi betekenis te hebben naast artikel 23 lid 3 PRi.
ABRS 19 november 2008 200708517/1: Asielaanvraag per fax & de 48-uurstermijn
In een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] van 19 november 2008 [ABRS, 19 november 2008, 200708517/1] overweegt de Afdeling met een verwijzing naar uitspraken van 16 februari 2004 en 19 mei 2006 [ABRS, 16 februari 2004, 200308695/1, JV 2002/225; ABRS, 19 mei 2006, 200601178/1, NAV 2006/26)] dat een door een gemachtigde van een asielzoekende vreemdeling per fax ingediend asielaanvraagformulier de 48-uurstermijn van de AC-procedure doet aanvangen. Dat zo'n faxaanvraag niet op de wettelijk voorgeschreven wijze is ingediend brengt volgens de Afdeling niet mee dat er van een aanvraag in de zin van artikel 1.3 lid 3 Awb geen sprake is.
In de uitspraak van 19 mei 2006 overweegt de Afdeling met een verwijzing naar artikel 36 aanhef en onder a Vw, 37 aanhef en onder a Vw, artikel 3.108 lid 1 Vb en een uitspraak van 6 september 2005 [ABRS, 6 september 2005, 200503610/1, JV 2005/404], dat de vereiste dat de aanvraag wordt ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger moet worden begrepen als vereiste dat ziet op de wijze van indiening; onder aanvraag in de zin van artikel 36 aanhef en onder a Vw moet het formulier in de zin van artikel 3.108 lid 1 Vb worden verstaan.
Dat laatste is raar omdat een aanvraag in de zin van artikel 1.3 lid 3 Awb een vormvrije aanvraag is en artikel 3.108 lid 1 Vb een nadere regeling is van artikel 37 aanhef en onder a Vw en niet van artikel 36 aanhef en onder a Vw. Net als de indiening in persoon en op een bepaalde plaats ziet ook de indiening per formulier op de wijze van indiening van een aanvraag.
De asielaanvraag in de zaak waarover de Afdeling op 19 november 2008 oordeelde dateert van voor de in de overgangsbepaling van artikel 44 PRi [Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005] genoemde datum van 1 december 2007. Op asielaanvragen ingediend na 1 december 2007 is de Procedurerichtlijn van toepassing, op de Procedurerichtlijn kan een beroep worden gedaan vanaf het verstrijken van de implementatietermijn.
Imho staat de wijze van indiening van een asielaanvraag per formulier die hier te lande nog steeds lijkt te zijn voorgeschreven op gespannen voet met de Procedurerichtlijn gelet op artikel 6 lid 1 PRi dat bepaalt dat lidstaten kunnen voorschrijven dat asielverzoeken persoonlijk en/of op een aangewezen plaats moeten worden ingediend. Artikel 6 lid 1 PRi biedt alweer imho geen grondslag voor het voorschrijven van het indienen van een asielverzoek per formulier. Zie ook hier.
Lijkt te zijn voorgeschreven omdat in de transponeringstabel bij de Memorie van Toelichting op de implementatiewetgeving [30976, nr. 3] artikel 6 lid 1 PRi is geïmplementeerd in artikel 36 Vw en artikel 3.108 Vb of artikel 3.42 Vv. Artikel 3.108 [lid 2] Vb in samenhang met artikel 3.42 Vv bepaalt dat een asielaanvraag in persoon op een aangewezen plaats wordt ingediend. Artikel 6 lid 1 PRi lijkt niet te zijn geïmplementeerd in artikel 3.108 [lid 1] Vb in samenhang met artikel 3.38 Vv waarin een indiening van een asielaanvraag per formulier wordt voorgeschreven.
Indien een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn een aanvraag is in de zin van artikel 1.3 lid 3 Awb dan begint met de indiening van dat vormloze asielverzoek de 48-uurstermijn te lopen ook al is dat verzoek niet in persoon en/of op een aangewezen plaats ingediend.
De tijd zal het leren.
In de uitspraak van 19 mei 2006 overweegt de Afdeling met een verwijzing naar artikel 36 aanhef en onder a Vw, 37 aanhef en onder a Vw, artikel 3.108 lid 1 Vb en een uitspraak van 6 september 2005 [ABRS, 6 september 2005, 200503610/1, JV 2005/404], dat de vereiste dat de aanvraag wordt ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger moet worden begrepen als vereiste dat ziet op de wijze van indiening; onder aanvraag in de zin van artikel 36 aanhef en onder a Vw moet het formulier in de zin van artikel 3.108 lid 1 Vb worden verstaan.
Dat laatste is raar omdat een aanvraag in de zin van artikel 1.3 lid 3 Awb een vormvrije aanvraag is en artikel 3.108 lid 1 Vb een nadere regeling is van artikel 37 aanhef en onder a Vw en niet van artikel 36 aanhef en onder a Vw. Net als de indiening in persoon en op een bepaalde plaats ziet ook de indiening per formulier op de wijze van indiening van een aanvraag.
De asielaanvraag in de zaak waarover de Afdeling op 19 november 2008 oordeelde dateert van voor de in de overgangsbepaling van artikel 44 PRi [Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005] genoemde datum van 1 december 2007. Op asielaanvragen ingediend na 1 december 2007 is de Procedurerichtlijn van toepassing, op de Procedurerichtlijn kan een beroep worden gedaan vanaf het verstrijken van de implementatietermijn.
Imho staat de wijze van indiening van een asielaanvraag per formulier die hier te lande nog steeds lijkt te zijn voorgeschreven op gespannen voet met de Procedurerichtlijn gelet op artikel 6 lid 1 PRi dat bepaalt dat lidstaten kunnen voorschrijven dat asielverzoeken persoonlijk en/of op een aangewezen plaats moeten worden ingediend. Artikel 6 lid 1 PRi biedt alweer imho geen grondslag voor het voorschrijven van het indienen van een asielverzoek per formulier. Zie ook hier.
Lijkt te zijn voorgeschreven omdat in de transponeringstabel bij de Memorie van Toelichting op de implementatiewetgeving [30976, nr. 3] artikel 6 lid 1 PRi is geïmplementeerd in artikel 36 Vw en artikel 3.108 Vb of artikel 3.42 Vv. Artikel 3.108 [lid 2] Vb in samenhang met artikel 3.42 Vv bepaalt dat een asielaanvraag in persoon op een aangewezen plaats wordt ingediend. Artikel 6 lid 1 PRi lijkt niet te zijn geïmplementeerd in artikel 3.108 [lid 1] Vb in samenhang met artikel 3.38 Vv waarin een indiening van een asielaanvraag per formulier wordt voorgeschreven.
Indien een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn een aanvraag is in de zin van artikel 1.3 lid 3 Awb dan begint met de indiening van dat vormloze asielverzoek de 48-uurstermijn te lopen ook al is dat verzoek niet in persoon en/of op een aangewezen plaats ingediend.
De tijd zal het leren.
donderdag 4 september 2008
Procedurerichtlijn: gemeenschapsconform geïmplementeerd?
De Procedurerichtlijn definiëert het begrip asielverzoek als een vormloos verzoek om internationale bescherming. De Procedurerichtlijn biedt lidstaten de mogelijkheid om voor te schrijven dat het asielverzoek persoonlijk en/of op een aangewezen plaats wordt ingediend. Een asielzoeker wordt gedefinieerd als een vreemdeling die een asielverzoek heeft ingediend waarop nog geen beslissing is genomen.
De Procedurerichtlijn is geïmplementeerd in oude en nieuwe bepalingenvan de vreemdelingenwet [30976], het vreemdelingenbesluit [Besluit 29 november 2007, Stb 2007/484], het voorschrift vreemdelingen [Regeling van 7 december, Stc 2007/240] en de vreemdelingencirculaire. Verwezen wordt naar de transponeringstabel bij de memorie van toelichting op het implementatievoorstel [30976, nr 3].
De implementatie introduceert een onderscheid tussen een [ingediend] asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn enerzijds en een [ingediende] asielaanvraag in de zin van artikel 28 Vw jo artikel 37 lid 1 Vw jo artikel 3.108 lid 1 Vb jo artikel 3.38 Vv anderzijds.
Indien een vreemdeling te kennen geeft dat hij een asielaanvraag in wil dienen is er sprake van een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn; indien de aanvraag wordt gedaan door indiening van een formulier van een voorgeschreven model op grond van artikel 3.38 Vv van een asielaanvraag.
De Procedurerichtlijn biedt voor een vormvoorschrift in de zin van artikel 3.38 Vv geen grondslag. In de memorie van toelichting op het implementatievoorstel wordt in de transponeringstabel ook niet verwezen naar artikel 3.38 Vv.
Door de verwijzing echter in de transponeringstabel naar bepalingen die gevolgen verbinden aan de indiening van een asielaanvraag [of aan de gevolgen daarvan] wordt de vereiste van de indiening van een asielaanvraag door middel van een formulier als het ware in de implementatie van de Procedurerichtlijn ingeïmplementeerd.
Een gevolg daarvan is onder meer dat niet zoals artikel 7 PRi voorschrijft aan de indiening van een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn rechtmatig verblijf wordt verbonden maar [pas] aan de indiening van een asielaanvraag. Daarnaast zijn sommige bepalingen waarin implementatie van bepalingen van de Procedurerichtlijn is beoogd van toepassing op vreemdelingen met rechtmatig verblijf en niet op indieners van een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn. Een gemeenschapsconforme implementatie heeft ook in die bepalingen derhalve niet plaatsgevonden.
Voer voor Zusters van Liefde!
De moeite van het lezen waard:
101 Praktijkvragen over de implementatie van EG-Besluiten
De Procedurerichtlijn is geïmplementeerd in oude en nieuwe bepalingenvan de vreemdelingenwet [30976], het vreemdelingenbesluit [Besluit 29 november 2007, Stb 2007/484], het voorschrift vreemdelingen [Regeling van 7 december, Stc 2007/240] en de vreemdelingencirculaire. Verwezen wordt naar de transponeringstabel bij de memorie van toelichting op het implementatievoorstel [30976, nr 3].
De implementatie introduceert een onderscheid tussen een [ingediend] asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn enerzijds en een [ingediende] asielaanvraag in de zin van artikel 28 Vw jo artikel 37 lid 1 Vw jo artikel 3.108 lid 1 Vb jo artikel 3.38 Vv anderzijds.
Indien een vreemdeling te kennen geeft dat hij een asielaanvraag in wil dienen is er sprake van een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn; indien de aanvraag wordt gedaan door indiening van een formulier van een voorgeschreven model op grond van artikel 3.38 Vv van een asielaanvraag.
De Procedurerichtlijn biedt voor een vormvoorschrift in de zin van artikel 3.38 Vv geen grondslag. In de memorie van toelichting op het implementatievoorstel wordt in de transponeringstabel ook niet verwezen naar artikel 3.38 Vv.
Door de verwijzing echter in de transponeringstabel naar bepalingen die gevolgen verbinden aan de indiening van een asielaanvraag [of aan de gevolgen daarvan] wordt de vereiste van de indiening van een asielaanvraag door middel van een formulier als het ware in de implementatie van de Procedurerichtlijn ingeïmplementeerd.
Een gevolg daarvan is onder meer dat niet zoals artikel 7 PRi voorschrijft aan de indiening van een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn rechtmatig verblijf wordt verbonden maar [pas] aan de indiening van een asielaanvraag. Daarnaast zijn sommige bepalingen waarin implementatie van bepalingen van de Procedurerichtlijn is beoogd van toepassing op vreemdelingen met rechtmatig verblijf en niet op indieners van een asielverzoek in de zin van de Procedurerichtlijn. Een gemeenschapsconforme implementatie heeft ook in die bepalingen derhalve niet plaatsgevonden.
Voer voor Zusters van Liefde!
De moeite van het lezen waard:
101 Praktijkvragen over de implementatie van EG-Besluiten
zondag 31 augustus 2008
Dublinverordening & de aanvang van de 48-uurstermijn
Op welk moment vangt de behandeling aan van een asielverzoek van een op Nederland geclaimde derdelander die in een andere lidstaat een asielverzoek heeft ingediend?
De Procedurerichtlijn [hierna: PRi] definieert een 'asielverzoek' [voor zover van belang] als een door een derdelander of een staatloze ingediend verzoek dat kan worden opgevat als een verzoek om verlening van internationale bescherming door een lidstaat op grond van het Verdrag van Genève [artikel 2(b) PRi] en een 'asielzoeker' als een onderdaan van een derde land of een staatloze die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen.
Uit de Dublinverordening [hierna: DVo] kan worden opgemaakt dat indien Nederland een Dublinclaim accepteert van een derdelander die in een andere lidstaat een asielverzoek heeft ingediend Nederland een asielzoeker [met asielverzoek & al] over- [artikel 16 lid 1(a) DVo] of terug [artikel 16 lid 1(d) DVo] neemt. Daaruit volgt imho dat het asielverzoek voor de behandeling waarvan Nederland verantwoordelijk wordt geacht het asielverzoek is dat die derdelander in de claimende lidstaat heeft ingediend.
Uit rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State kan worden opgemaakt dat uit artikel 69 lid 2 Vw 2000 volgt dat de 48-uurstermijn in ieder geval aanvangt op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend [ABRS, 7 augustus 2002, 200203202/1, JV 2002/323; ABRS, 28 oktober 2003, 200304447/1, JV 2003/59; ABRS, 6 mei 2004, 200401455/1, Migratieweb ve04000848; ABRS, 9 november 2004, 200405472/1, Migratieweb ve04000848 (héél anders)]. Naar moet worden aangenomen moet als gevolg van het inwerkingtreden van de Procedurerichtlijn er van worden uitgegaan dat de datum van indiening van een asielverzoek in de zin van voornoemde richtlijn moet worden aangemerkt als het moment waarop de aanvraag wordt ingediend.
Indien het in een andere lidstaat ingediende asielverzoek van een op Nederland geDublinclaimde derdelander het asielverzoek is met de indiening waarvan de 48-uurstermijn aanvangt betekent dat de AC-procedure voor die geDublinclaimde derdelander een gepasseerd station is.
De Procedurerichtlijn [hierna: PRi] definieert een 'asielverzoek' [voor zover van belang] als een door een derdelander of een staatloze ingediend verzoek dat kan worden opgevat als een verzoek om verlening van internationale bescherming door een lidstaat op grond van het Verdrag van Genève [artikel 2(b) PRi] en een 'asielzoeker' als een onderdaan van een derde land of een staatloze die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen definitieve beslissing is genomen.
Uit de Dublinverordening [hierna: DVo] kan worden opgemaakt dat indien Nederland een Dublinclaim accepteert van een derdelander die in een andere lidstaat een asielverzoek heeft ingediend Nederland een asielzoeker [met asielverzoek & al] over- [artikel 16 lid 1(a) DVo] of terug [artikel 16 lid 1(d) DVo] neemt. Daaruit volgt imho dat het asielverzoek voor de behandeling waarvan Nederland verantwoordelijk wordt geacht het asielverzoek is dat die derdelander in de claimende lidstaat heeft ingediend.
Uit rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State kan worden opgemaakt dat uit artikel 69 lid 2 Vw 2000 volgt dat de 48-uurstermijn in ieder geval aanvangt op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend [ABRS, 7 augustus 2002, 200203202/1, JV 2002/323; ABRS, 28 oktober 2003, 200304447/1, JV 2003/59; ABRS, 6 mei 2004, 200401455/1, Migratieweb ve04000848; ABRS, 9 november 2004, 200405472/1, Migratieweb ve04000848 (héél anders)]. Naar moet worden aangenomen moet als gevolg van het inwerkingtreden van de Procedurerichtlijn er van worden uitgegaan dat de datum van indiening van een asielverzoek in de zin van voornoemde richtlijn moet worden aangemerkt als het moment waarop de aanvraag wordt ingediend.
Indien het in een andere lidstaat ingediende asielverzoek van een op Nederland geDublinclaimde derdelander het asielverzoek is met de indiening waarvan de 48-uurstermijn aanvangt betekent dat de AC-procedure voor die geDublinclaimde derdelander een gepasseerd station is.
Abonneren op:
Posts (Atom)