zondag 13 maart 2016

BOA's en het toezicht op vreemdelingen

Zijn buitengewoon opsporingsambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen?

In het gemeenschappelijke artikel 2 van besluiten Buitengewoon Opsporingsambtenaar [enzovoort] worden als buitengewoon opsporingsambtenaar aangewezen de ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012.

Uit artikel 47, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet volgt echter dat ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, c en d van de Politiewet 2012, die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen zijn belast.

Buitengewoon opsporingsambtenaren zijn derhalve niet belast met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen. Toch komt het soms voor dat buitengewoon opsporingsambtenaren wel worden ingezet bij de uitoefening van het vreemdelingentoezicht [zie bijvoorbeeld: Rtb DH zp DB, 7 augustus 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:10156 (terugkeerbesluit)].

Dat inzet van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de uitoefening van het vreemdelingentoezicht heeft gevolgen voor de besluiten en maatregelen die op die inzet zijn gebaseerd.

maandag 22 februari 2016

Geloofwaardigheidsbeoordeling LHBT'ers

In april 2014 is de Staatssecretaris van Justitie bij het horen van asielzoekende derdelanders met een homoseksuele oriëntatie als asielmotief gebruik gaan maken van een niet openbare interne gedragslijn om de geloofwaardigheid van die asielzoekende derdelanders te beoordelen.

Uit [rechtspraak over] de gedragslijn volgt dat er wordt gehoord aan de hand van negen thema’s die zouden zijn gebaseerd op rapporten van onder meer het COC:
  1. Privéleven, familie en religie. Het gaat om de eigen ervaringen van betrokkene en het bewustwordingsproces. 
  2. Relaties, zowel de huidige als de vorige relaties.
  3. Familie en vrienden. Het gaat om hun reactie op het coming-out van betrokkene.
  4. Homoseksuele contacten in het land van herkomst.
  5. Contact met en kennis van belangenorganisaties in het land van herkomst.
  6. Contacten met homoseksuelen in Nederland. 
  7. Kennis van de Nederlandse situatie met betrekking tot homoseksuelen. 
  8. Discriminatie, repressie en vervolging in het land van herkomst. 
  9. Toekomst; de door de vreemdeling verwachte gevolgen bij terugkeer naar het land van herkomst.
In de eerste [gepubliceerde] uitspraken over de gedragslijn hebben voorzieningenrechters de vraag opgeworpen of de gedragslijn in overeenstemming is met rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State  [ABRS, 8 juli 2015, 201208550 & 201110141 & 201210441, ro 7.3].

Die voorzieningen rechters [Vz Rtb Den Haag zp Haarlem, 28 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8855; Vz Rtb Den Haag zp Haarlem, 4 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:9182hebben die vraag niet beantwoord maar overwogen dat in de gedragslijn niet inzichtelijk is gemaakt
  • hoe aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek de beoordeling van de geloofwaardigheid van een gestelde homoseksuele gerichtheid in het algemeen pleegt te worden verricht 
  • op welke vragen en antwoorden het zwaartepunt ligt en 
  • hoe de gegeven antwoorden worden gewaardeerd en onderling gewogen.
Een toelichting ter zitting op de uitvoeringspraktijk dat aan de verklaringen over het bewustwordingsproces een zwaar gewicht toekomt kon niet door de beugel omdat die praktijk niet te herleiden bleek te zijn tot de interne gedragslijn terwijl die praktijk ook anderszins niet nader kon worden onderbouwd [Rtb Den Haag zp Haarlem, 11 augustus 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:10171].

In oktober 2015 is Werkinstructie 2015 'Horen en beslissen in zaken waarin LHBT-gerichtheid als asielmotief wordt aangevoerd' gepubliceerd.

In Werkinstructie 2015/9 zijn de hierboven genoemde negen thema's teruggebracht tot vijf thema's:
  1. Privéleven (waaronder familie, vrienden, (voorgaande) relaties) en religie [In dit verband gaat het om de eigen ervaringen van de derdelander met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, zoals bewustwording van de seksuele gerichtheid, het proces (van zelfacceptatie), hoe de omgeving gereageerd heeft en eventuele relaties die de derdelander heeft gehad]
  2. Huidige en voorgaande relaties, homoseksuele contacten in het land van herkomst en contact met of kennis van homoseksuele groepen [Gevraagd wordt  of de derdelander kennis heeft van de sociale en politieke aspecten van een homoseksuele gemeenschap in zijn land van herkomst]
  3. Contact met homoseksuelen in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie [Gevraagd wordt naar bepaalde kennis die de derdelander verworven kan verworven hebben over de situatie van LHBT’s in Nederland, door zijn contacten met de LHBT-gemeenschap of door eigen ervaring of onderzoek]
  4. Discriminatie, repressie en vervolging in land van herkomst [Dit ziet zowel op wat de derdelander in het verleden heeft meegemaakt in zijn land van herkomst als waar hij voor vreest als hij moet terugkeren naar zijn land van herkomst]
  5. Toekomst [Hierbij wordt aandacht besteed aan het toekomstbeeld van de derdelander indien hij zou moeten terugkeren naar zijn land van herkomst].
De thema's lijken vooral te zijn ontleend een rapport van Nicole LaViolette uit 2004 [Sexual Orientation and the Refugee Determination Process: Questioning a Claimant About Their Membership in the Particular Social Group] maar ook de UNHCR Guidelines on International Protection No. 9 van 23 oktober 2012 [Claims to Refugee Status based on Sexual Orientation and/or Gender Identity within the context of Article 1A(2) of the 1951 Convention and/or its 1967 Protocol relating to the Status of Refugees; Nederlandse vertaling] zijn erin te herkennen.

In Werkinstructie 2015/9 staat dat het zwaartepunt ligt op de antwoorden op vragen over (1) de eigen ervaringen [oa bewustwording en zelfacceptatie] van de derdelander met betrekking tot zijn seksuele gerichtheid, (2) wat dit voor hem en zijn omgeving heeft betekend, (3) wat de situatie is voor personen met die gerichtheid in het land van herkomst van de vreemdeling en (4) hoe diens ervaringen, ook volgens zijn asielrelaas, in het algemene beeld passen.

Hoewel volgens Werkinstructie 2015/9 bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de seksuele gerichtheid niet als uitgangspunt wordt gehanteerd dat er in alle gevallen een interne worsteling moet hebben plaatsgevonden voordat de derdelander zijn LHBT-gerichtheid heeft geaccepteerd mag volgens Werkinstructie 2015/9 wel worden mag verwacht dat bij een derdelander die afkomstig is uit een land waar men LHBT-gerichtheid niet accepteert en waar dit mogelijk strafbaar is gesteld sprake zal zijn van een proces van bewustwording [de ontdekking van de gerichtheid en de wijze waarop de derdelander stelt daarmee te zijn omgegaan].

Volgens Werkinstructie 2015/9 worden verklaringen van een derdelander over zijn gestelde seksuele gerichtheid steeds in hun onderlinge samenhang bezien.

Het is niet duidelijk waarop de verwachting  is gebaseerd dat in het geval van een derdelander die afkomstig is uit een land waar men LHBT-gerichtheid niet accepteert en waar dit mogelijk strafbaar is gesteld, sprake zal zijn van een proces van bewustwording.

Voor die verwachting is echter geen steun te vinden in het rapport van Nicole LaViolette en ook niet in de UNHCR-Guidelines.

Uit rechtspraak tot stand gekomen na Werkinstructie 2015/9 volgt dat de hierboven genoemde  interne gedragslijn zou zijn neergelegd in een interne werkinstructie van 14 april 2014 en voorts dat Werkinstructie 2015/9 een weerslag zou zijn van deze interne werkinstructie.

Volgens de nevenzittingsplaatsen Middelburg en Arnhem zou daarmee de onderzoekssystematiek voldoende inzichtelijk zijn gemaakt.  [Rtb DH zp Middelburg, 11 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1318; Rtb Den Haag zp Arnhem, 18 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1604].

Volgens de nevenzittingsplaatsen Rotterdam, Amsterdam en Zwolle van rechtbank Den Haag echter is [nog steeds] geen sprake van een inzichtelijke onderzoekssystematiek.

Rechtbank Den Haag zp Rotterdam is van oordeel dat de thema’s van de interne gedragslijn [te] algemeen zijn geformuleerd en niet nader zijn toegelicht of uitgewerkt, dat het rapport van Nicole LaViolette niet actueel is en dat de thema’s [ten onrechte] niet in samenspraak met belangenorganisaties zoals het COC tot stand zijn gekomen [Rtb Den Haag zp Rotterdam, 5 november 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:12713].

Rechtbank Den Haag zp Amsterdam is van oordeel dat onvoldoende duidelijk is op welke wijze verklaringen over specifieke thema’s worden gewogen [Rtb Den Haag zp Amsterdam, 5 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1682; zie ook verwijzing naar niet gepubliceerde rechtspraak].

Rechtbank Den Haag zp Zwolle is van oordeel dat onduidelijk is hoe aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek de beoordeling van de geloofwaardigheid van een gestelde homoseksuele gerichtheid in het algemeen pleegt te worden verricht en dat de interne gedragslijn en de daarbij gehanteerde thema’s [ten onrechte] niet in samenspraak met belangenorganisaties zoals het COC tot stand zijn gekomen [Rtb Den Haag zp Zwolle, 12 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1627].

Het laatste woord over de [rechterlijke toetsing van de] beoordeling van de geloofwaardigheid van LHBT'ers is nog niet gesproken

zondag 21 februari 2016

[Grens]bewaring duurt voort na rechterlijk bevel tot opheffing daartoe


Uit rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] volgt dat indien de bewaringsrechter de opheffing van [grens]bewaring beveelt die [grens]bewaring binnen zes uur na verzending van de uitspraak moet zijn beëindigd [ABRS 3/12/13 #200307090 JV 2004/61; ABRS 28/4/4 200401500 ve04000868 (#200307090); ABRS 30/9/11 201106389 (#200307090)].

Wat er moet worden gedaan indien de [grens]bewaring zes uur na een bevel tot opheffing ervan nog niet is beëindigd hangt af van de situatie.

Indien de betrokken vreemdeling opnieuw in [grens]bewaring wordt gesteld dan moet de bewaringsrechter die het beroep tegen de nieuwe inbewaringstelling beoordeelt daarbij betrekken dat de eerdere direct daaraan voorafgaande [grens]bewaring onrechtmatig is alsmede de vraag of die [grens]bewaring al dan niet binnen zes uur na verzending van de uitspraak is beëindigd [ABRS 4/2/3 #200205755 JV 2003/113; ABRS 28/4/4 200401500 ve04000868 (#200205755)] .

Indien de betrokken vreemdeling niet opnieuw in [grens]bewaring wordt gesteld dan moet het laten voortduren van de [grens]bewaring in weerwil van een rechterlijk bevel tot opheffing worden aangemerkt als een op grond van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet met een beschikking gelijk te stellen handeling  ten aanzien van die vreemdeling waartegen bezwaar open staat [ABRS 30/9/11 #20115921; ABRS 30/9/11 201106389 (#201105921)].

Artikel 72, derde lid,  van de Vreemdelingenwet is van toepassing ondermeer indien Afdeling 5 [Bijzondere rechtsmiddelen] van Hoofdstuk 7 [Rechtsmiddelen] van de Vreemdelingenwet niet van toepassing is.

Indien een vreemdeling na onrechtmatig voortduren van [grens]bewaring niet opnieuw in [grens]bewaring wordt gesteld is Afdeling 5 van Hoofdstuk 7 van de Vreemdelingenwet niet van toepassing.

Een nieuw eerste beroep kan niet worden ingesteld [denk ik] omdat de eerdere inbewaringstelling aan het onrechtmatig voortduren daarvan ten grondslag blijft liggen [Zie bijvoorbeeld ABRS 3/12/13 #200307090 JV 2004/61; ABRS 25/5/7 200702579] en niet twee keer een eerste beroep kan worden ingesteld.

Een vervolgberoep kan niet worden ingesteld omdat een vervolgberoep alleen kan worden ingesteld indien een eerste beroep ongegrond is verklaard en niet indien een eerste beroep gegrond is verklaard.


dinsdag 2 februari 2016

Bewaringsgrondslag asielzoekende derdelanders in afwachting van een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening.

Het aantal uitzonderingen op de 'regel' dat een beroep tegen een afwijzing van een asielaanvraag schorsende werking is groot [artikel 82 Vreemdelingenwet]. Een asielzoekende derdelander wiens beroep geen schorsende werking zal een verzoek om een voorlopige voorziening moeten indienen om [beëindiging van de voorzieningen en] verwijdering te voorkomen.

Uit artikel 46, achtste lid, van de herziene Procedurerichtlijn volgt in zo'n geval de lidstaten de asielzoekende derdelander toestaan om op het grondgebied te blijven in afwachting van de uitkomst van en verzoek om een voorlopige voorziening.
Member States shall allow the applicant to remain in the territory pending the outcome of the procedure to rule whether or not the applicant may remain on the territory, laid down in paragraphs 6 and 7.
Artikel 46, achtste lid, van de herziene Procedurerichtlijn is geïmplementeerd in artikel 7.3 van het Vreemdelingenbesluit.

Artikel 41 van de herziene Procedurerichtlijn  maakt uitzondering mogelijk op de regel dat een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening mag worden afgewacht onder meer in het geval van een eerder als 'kono' afgedane asielaanvraag en in het geval van een opvolgende 'Mehmet Arslan' aanvraag [het gaat dus met name om (eerdere) afdoeningen onder de herziene Procedurerichtlijn].

Artikel 41 van de herziene Procedurerichtlijn is geïmplementeerd in artikel 3, tweede lid, onder a en b, van het Vreemdelingenbesluit.

Uit artikel 3 van de herziene Opvangrichtlijn volgt dat de Opvangrichtlijn van toepassing is indien een asielzoekende derde het recht heeft om in de lidstaat te blijven.
This Directive shall apply to all third-country nationals and stateless persons who make an application for international protection on the territory, including at the border, in the territorial waters or in the transit zones of a Member State, as long as they are allowed to remain on the territory as applicants, as well as to family members, if they are covered by such application for international protection according to national law.
Indien een asielzoekende derdelander derhalve de uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten dan valt die asielzoekende derdelander onder de werking van de Opvangrichtlijn. Dat geldt ook voor een asielzoekende derdelander die in bewaring is gesteld.

Wat is de wettelijke grondslag voor de [voortzetting van de] bewaring van een asielzoekende derdelander die na de afwijzing van de asielaanvraag een verzoek om een voorlopige voorziening heeft ingediend en de uitspraak op dat verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten.

Niet artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet omdat van het verblijf van die asiezoekende derdelander niet kan worden gesteld dat het niet rechtmatig is.

Ook niet artikel 59, eerste lid, onder b, van de Vreemdelingenwet of artikel 59b van de Vreemdelingenwet omdat een asielzoekende derdelander die een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mag afwachten geen rechtmatig verblijf heeft in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet.

Toch zitten er asielzoekende derdelanders die na de afwijzing van de asielaanvraag een verzoek om een voorlopige voorziening hebben ingediend en die uitspraak op dat verzoek om een voorlopige voorziening in Nederland mogen afwachten in bewaring.





zaterdag 9 januari 2016

Beroep tegen voortduren van de bewaring ogv artikel 59b Vw 2000: eerste beroep of vervolgberoep?

Tot 20 juli 2015 was het zo dat indien een in bewaring gestelde derdelander een asielaanvraag indiende er sprake was van een zogenaamde categoriewijziging [van de a- naar de b-grond van artikel 59, eerste lid van de Vreemdelingenwet] en niet van een nieuwe maatregel waartegen een eerste beroep open stond [ABRS, 23 december 2004, 200409905; ABRS 15 december 2008, 200808254; ABRS, 2 april 2014, 20150658].

Sinds 20 juli 2015 wordt een op artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet gebaseerde bewaring van een derdelander die een asielaanvraag indient opgeheven. De voortduring van de bewaring van die asielzoekende derdelander wordt niet meer gebaseerd op artikel 59, eerste lid, onder b van de Vreemdelingenwet maar op artikel 59b van de Vreemdelingenwet.

Staat tegen het voortduren van de bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet een eerste beroep open of moet een daartegen ingesteld beroep worden behandeld als een vervolgberoep?

In rechtspraak en praktijk blijkt daarover onduidelijkheid te bestaan althans bij rechters althans bij sommige rechters. Advocaten en ook procesvertegenwoordigers lijken zich op het standpunt te stellen dat er sprake is van een nieuwe maatregel waartegen een eerste beroep openstaat.

In de bewaringszaak waarover de rechtbank 's-Gravenhage zp Utrecht op 29 december 2015 oordeelde [RTB DH zp UTR, 29 december 2015, AWB 15/19529, ECLI:NL:RBDHA:2015:15483] had de bewindspersoon de rechtbank middels een zogenaamde kennisgeving in kennis gesteld van een op artikel 59b van de Vreemdelingenwet gebaseerde bewaring die was opgelegd na de opheffing van een op artikel 59, eerste lid onder a, van de Vreemdelingenwet gebaseerde bewaring.

Met een verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling Bstuursrechtspraak Raad van State [hierna Afdeling] van 9 maart 2009 [ABRS, 9 maart 2009, 200808202 & 200808554, ECLI:NL:RVS:2009:BH6972] overweegt de rechtbank dat  dat tussen de opgeheven maatregel en de daarop aansluitende nieuwe maatregel een zodanige samenhang bestaat dat de laatstgenoemde maatregel is aan te merken als een nieuwe maatregel die in de plaats treedt van de voorgaande maatregel waartegen geen eerste beroep openstaat.

De rechtbank behandelt het ingestelde beroep als een vervolgberoep en verklaart zich onbevoegd om daarvan kennis te nemen omdat het is ingeleid door een kennisgeving.

In de zaak waarover de Afdeling op 9 maart 2009 oordeelde waren bij de rechtbank twee eerste beroepen aanhangig gemaakt: een eerste beroep tegen het opleggen van de maatregel op grond van artikel 59, tweede lid van de Vreemdelingenwet en een eerste beroep tegen het 'voortduren' van de maatregel op grond van artikel 59, eerste lid onder b van de Vreemdelingenwet.

De door de Afdeling geconstateerde zodanig samenhang tussen de maatregelen leidt er niet toe dat het beroep tegen het 'voortduren' van de maatregel op grond van artikel 59, eerste lid onder b van de Vreemdelingenwet niet wordt behandeld als een eerste beroep maar dat het beroep met toepassing van artikel 6:19, eerste lid, van de Awb wordt betrokken bij de beoordeling van het beroep tegen het opleggen van de maatregel op grond van artikel 59, tweede lid van de Vreemdelingenwet. Dat had de rechtbank ten onrechte niet gedaan.

Een om meer dan één reden bevreemdingwekkende uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage zp Utrecht.

Update 11 januari 2016
Op grond van artikel 28, tweede lid, van de Opvangrichtlijn heeft een asielzoekende derdelander die in bewaring is gesteld het recht om te verschijnen voor een rechter om zijn bewaring aan te vechten. En dergelijk recht bstaat niet in het geval van een vervolgberoep.

Afwijking van de afnameplicht in [grens]bewaringszaken

Ingevolge artikel 28, eerste lid, onder d, van de WBTV maakt (onder meer) de politie uitsluitend gebruik van beëdigde tolken of vertalers.

Ingevolge artikel 28, derde lid van de WBVT, voor zover thans van belang, kan in afwijking van afnameplicht gebruik worden gemaakt van een tolk die geen beëdigde tolk is, indien het Register Beëdigde Tolken en Vertalers geen ingeschrevene bevat dan wel indien wegens de vereiste spoed een ingeschrevene in het register niet tijdig beschikbaar is.

Ingevolge artikel 28, vierde lid, van de WBTV, voor zover thans van belang, wordt, indien van het eerste lid wordt afgeweken, dit met redenen omkleed schriftelijk vastgelegd.

Uit rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State [hierna: Afdeling] volgt dat de met redenen omklede vastlegging van een afwijking van de afnameplicht niet behoeft te worden vastgelegd voorafgaand aan het afwijken van de afnameplicht [ABRS, 25 juli 2012, 201202934], maar wel uiterlijk in het besluit dat op het horen in afwijking van de afnameplicht is gebaseerd [ABRS, 19 februari 2013, 201206667 (asiel) & 201204533 (asiel); ABRS, 27 februari 2013, 201210879 (asiel); ABRS, 17 mei 2013, 201211047 (asiel); zie ook RTB DH zp DB, 11 december 2015, NL15.159 (bewaring, niet gepubliceerd)].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat het aan de bewindspersoon is om na te gaan of de tolk waarvan gebruik is gemaakt al dan niet in het staat ingeschreven in het RBTV [ABRS, 3 juli 2012, 201204997 (in deze zaak was gegriefd over deze vergewisplicht van verweerder niet over schending van artikel 28, vierde lid van de WBTV); ABRS, 24 december 2015, 201508832].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat indien een geregistreerde tolk niet tijdig beschikbaar is het schriftelijk vastleggen van die mededeling onvoldoende is [ABRS, 10 juli 2013, 201300100, ro 4].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat schending van artikel 28, vierde lid, van de WBTV dient te leiden tot gegrond verklaring van het beroep tegen het besluit dat op het horen in afwijking van de afnameplicht is gebaseerd [ABRS, 31 januari 2012, 201111416 (asiel); ABRS, 4 april 2014, 201311567 (asiel)].

Uit rechtspraak van de Afdeling volgt dat indien een [grens]bewaringsberoep gegrond wordt verklaard de [grens]bewaring moet worden opgeheven en dat niet de maatregel van [grens]bewaring kan worden vernietigd met instandhouding van de rechtsgevolgen ervan [ABRS, 4 december 2014, 201409527; ABRS, 20 april 2015, 201502137].

dinsdag 6 oktober 2015

#10tips4tools voor asielrechtadvocaten

De apparatuur waarmee asielrechtadvocaten op de aanmeldcentra moeten werken is niet optimaal [en dan druk ik mij voorzichtig uit]. In de wandelgangen heb ik vernomen dat op niet al te lange termijn er helemaal geen apparatuur meer beschikbaar zal zijn. Daarom #10tips4tools voor asielrechtadvocaten die verder gaan dan het leed dat wordt geleden op de aanmeldcentra.

#1 Gmail.com
Handig indien en voor zover een email adres is vereist voor een app of zo.

Voorts handig vanwege de optie 'alerts' die scholar.google en de 'n(i)ews' google bieden.















#2  Google drive
Handig als opslag voor artikelen, landeninformatie, rechtspraak &zo.

Voorts handig vanwege de optie om documenten te scannen op pdf-formaat [met een smartphone of een tablet, denk aan reisdocumenten, bonnetjes, enzovoort].

#3 Twitter [& tweetdeck.twitter.com]
Er zijn veel advocaten migratierecht die twitteren over hun vak. Niet altijd interessant maar vaak wel. Andere 'social media' vind ik minder interessant vanwege inbreuken op privacy.

#4 Surespot/Wickr 
Veilige methoden om te chatten. Surespot heeft geen optie voor een group-chat, Wickr wel. Nog niet veel ervaring mee opgedaan.

#5 Browsers
Op mijn laptop vind ik Chrome handig omdat je documenten kan printen op pdf-formaat. Firefox is handig vanwege de leesbaarheid van RSS-feeds.

Op mijn [Android] tablet kan ik via Firefox documenten op pdf-formaat downloaden.

#6 Google Cloud Print
Printen vanaf je tablet of smartphone. Wat wil je nog meer. De Raad voor de Rechtsbijstand zal wel printers beschikbaar moeten stellen voor deze optie.

#7 Polaris Office
Eenvoudige tekstverwerker maar volstaat voor AC-taken.

#8 Bluetooth toetsenbord
Voor een paar tientjes heeft u een toetstenbord dat u kan 'pairen' met uw tablet of uw smart phone [Let op de Android versie].

Helaas de beloofde #10tips4tools niet gehaald.